Beaches Where Dogs are Prohibited

Nature & Info

Back

Beaches Where Dogs are Prohibited

wapen_van_bonaire_1_11648
Bonaire Law

The following area’s are prohibited for dogs (guide dogs are exempt from these rules):

No dogs allowed on these beaches
No dogs allowed on these beaches

Playa Lechi (Sunset Beach)

Playa Lechi South start of boulevard

Playa Chachacha

Playa Pal’i Mangel

Bachelor’s Beach

Salt pier to Willemstoren

Pinkbeach

Pelike

Sorobon

Cai

Nukove

Tolo

Thousand Steps

Klein Bonaire

 

hondenverordeningHondenverordening-2

Eilandsbesluit Natuurbeheer Bonaire

wapen_van_bonaire_1_11648
Bonaire Law

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Bonaire/40692/40692_1.html

Download document

Eilandsbesluit houdende algemene maatregelen van 25 augustus 2010, no. 3 ter uitvoering van de artikelen 8, 9, 10, 11, 16, 17 en 19 van de Eilandsverordening Natuurbeheer (A.B. 2008, no. 23) en tot intrekking van het eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen van 31 maart 2005 no. 6 (A.B. 2005, no. 10) (Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Openbaar lichaam Bonaire
Officiële naam regeling Eilandsbesluit houdende algemene maatregelen van 25 augustus 2010, no. 3 ter uitvoering van de artikelen 8, 9, 10, 11, 16, 17 en 19 van de Eilandsverordening Natuurbeheer (A.B. 2008, no. 23) en tot intrekking van het eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen van 31 maart 2005 no. 6 (A.B. 2005, no. 10) (Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire)
Citeertitel Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire
Vastgesteld door Bestuurscollege
Onderwerp milieu
Eigen onderwerp

 

Opmerkingen met betrekking tot de regeling
Deze regeling is vastgesteld en in werking getreden vóór 10-10-2010, maar op grond van artikel 7 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Positieve lijst regelgeving Eilandsraad Bonaire (AB 2010, no. 20) dan wel het Eilandsbesluit vaststellen positieve lijst regelgeving Bestuurscollege Bonaire (AB 2010, nr. 19) tevens vastgesteld voor het openbaar lichaam Bonaire en derhalve met ingang van 10-10-2010 in het openbaar lichaam Bonaire van toepassing.Dit eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, treedt in werking op 1 september 2010 met uitzondering van de artikelen 14 en 15 die in werking treden op 1 januari 2011.Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
Eilandsverordening Natuurbeheer Bonaire, art. 8, 9, 10, 11, 16, 17 en 19 (A.B. 2008, no. 23).

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-treding Terugwerkendekracht tot en met Datum uitwerking-treding Betreft Datum ondertekeningBron bekendmaking Kenmerk voorstel
01-09-2010 10-10-2010 Nieuwe regeling 25-08-2010A.B. 2010, no. 15 Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Eilandsbesluit houdende algemene maatregelen van 25 augustus 2010, no. 3 ter uitvoering van de artikelen 8, 9, 10, 11, 16, 17 en 19 van de Eilandsverordening Natuurbeheer (A.B. 2008, no. 23) en tot intrekking van het eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen van 31 maart 2005 no. 6 (A.B. 2005, no. 10) (Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire)

Paragraaf l BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1
In dit Eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt verstaan onder:

beheerder: de ingevolge artikel 8, eerste lid, van de eilandsverordening jº artikel 23 van dit eilandsbesluit aangewezen organisatie die is belast met het beheer van de natuurparken van het eilandgebied Bonaire;
bouwwerk:elke constructie van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats waarvoor zij is bedoeld, hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
Eilandsverordening: de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire (A.B. 2008, no. 23);
natuurpark:natuurpark als bedoeld in artikel 4 van de eilandsverordening;
onderwaterpark:natuurpark ingesteld bij de Verordening marien milieu (A.B. 1991, no. 8) dan wel als natuurpark ingesteld krachtens artikel 4 van de eilandsverordening;
vellen: het kappen, verwijderen, snoeien, vernielen en rooien van planten;
Washington Slagbaai Park: natuurpark dat door het Eilandgebied Bonaire aan STINAPA Bonaire in beheer is gegeven bij overeenkomst van 9 oktober 1990 (archiefnr. 3499) dan wel als natuurpark is ingesteld krachtens artikel 4 van de eilandsverordening.

De begripsbepalingen in artikel 1 van de eilandsverordening zijn van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf II BESCHERMING VAN GEBIEDEN

Artikel 2
Het is verboden gebruik te maken van een natuurpark zonder dat de daarvoor verschuldigde gebruiksvergoeding is voldaan.

Artikel 3
Voor de toegang tot een natuurpark wordt een vergoeding geheven als vermeld in Annex III van dit besluit.

Artikel 4
De beheerder is belast met de inning van de vergoedingen.Dat de vergoeding is voldaan dient te blijken uit een door of namens de beheerder te verstrekken betalingsbewijs.Gebruiksvergoedingen kunnen worden voldaan bij:

het kantoor van de beheerder; of
bij personen of bedrijven die faciliteiten aanbieden ten behoeve van het gebruik van het natuurpark; of
op andere door de beheerder te bepalen plaatsen.

De in het derde lid, onder b, bedoelde personen of bedrijven dienen bij hun cliënten de door hen verschuldigde gebruiksvergoedingen te innen dan wel hen op het bezit van een geldig betalingsbewijs te controleren.

Artikel 5
Personen of bedrijven als bedoeld in artikel 4, derde lid onder b, dienen per keer ten minste een voorraad betalingsbewijzen bij de beheerder tegen betaling af te nemen overeenkomstig het aantal gebruikers dat in een week wordt verwacht.

Betalingsbewijzen welke onjuist zijn ingevuld of welke niet zullen worden verstrekt aan gebruikers kunnen, met toestemming van de beheerder, tegen nieuwe betalingsbewijzen worden ingewisseld.

Artikel 6
Betalingsbewijzen bestaan uit hetzij een kwitantie hetzij een kwitantie en een penning, welke beiden zijn voorzien van een gelijk nummer en die gelijktijdig aan de gebruiker worden verstrekt.

Betalingsbewijzen zijn niet overdraagbaar.

Indien de geldigheid van het betalingsbewijs is beperkt tot één dag wordt slechts een kwitantie verstrekt.

De duplicaten van de kwitanties worden door degene die de betalingsbewijzen verstrekt overhandigd aan de beheerder, zo dikwijls als deze daarom vraagt.

De penning dient door de gebruiker op een zodanige wijze te worden gedragen of aan kleding of uitrusting bevestigd dat deze goed zichtbaar is.

De gebruiker is verplicht de penning en kwitantie, of ingeval een penning niet verstrekt is de kwitantie, op eerste verzoek te tonen aan de personen belast met het beheer van het natuurpark.

Artikel 7
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege specimens van dieren of planten uit een natuurpark te verwijderen.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op het verzamelen met de hand of met traditioneel visgerei van vissen, schaaldieren en weekdieren, voor zover dit overigens is toegelaten.

Onder traditioneel visgerei wordt uitsluitend verstaan vislijnen, hengels en door de beheerder goedgekeurde en als zodanig gewaarmerkte werpnetten (tarai) en treknetten (reda).

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op verzamelen en verwijderen van in artikel 19, eerste lid, genoemde dier- en plantensoorten door de beheerder en door de beheerder aangewezen personen.

Artikel 8
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege in een natuurpark de volgende handelingen te verrichten:

het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van gronden;
het beschadigen, verwijderen of vernietigen van natuurlijke vegetatie;
het verwijderen van zand of stenen;
het aanleggen van wegen, kaden, pieren, aanlegplaatsen, kanalen, dammen of andere bouwwerken;
het gebruiken van voertuigen buiten de daarvoor opengestelde wegen en paden;
het gebruiken van modelvliegtuigen en modelmotorvaartuigen;
het storten van afval;
het lozen van ongezuiverd afvalwater of chemische en biologische stoffen die schade kunnen toebrengen aan het milieu;
het gebruiken van bestrijdingsmiddelen of kunstmest;
het verstoren van de waterhuishouding;
het aanleggen van open vuren;
het veroorzaken van geluidshinder;
het binnen het park brengen van dieren of planten met uitzondering van huisdieren op door de beheerder daartoe aangewezen plaatsen;
het binnengaan van als zodanig aangegeven broedgebieden of bijzondere reservaten;
het voeren van dieren.

Artikel 9
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege in bufferzones als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de eilandsverordening de volgende handelingen te verrichten:

het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van gronden;
het beschadigen, verwijderen of vernietigen van natuurlijke vegetatie anders dan ten hoeve van het onderhoud van wegen en paden of de uitoefening van traditionele landbouw;
het aanleggen van wegen, kaden, kanalen, dammen of andere bouwwerken;
het storten van afval;
het lozen van ongezuiverd afvalwater of chemische en biologische stoffen die schade kunnen toebrengen aan het milieu;
het gebruiken van bestrijdingsmiddelen of kunstmest;
het verstoren van de waterhuishouding;
het aanleggen van open vuren voor zover dit een gevaar kan opleveren voor de natuurlijke vegetatie van het natuurpark.

Artikel 10
Het is verboden in een natuurpark geweren, pistolen, katapults, strikken of andere jachtmiddelen onder zich te hebben.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van jachtmiddelen voor zover deze worden gebruikt voor het beheer van het park.

Paragraaf III BESCHERMING VAN DIER- EN PLANTENSOORTEN

Artikel 11
Als beschermde dier- en plantensoorten in de zin van artikel 11, tweede lid, van de eilandsverordening worden aangewezen de soorten vermeld in Annex I van dit besluit,

De geldende tekst van de annex bedoeld in het eerste lid ligt voor een ieder ter inzage op een door het bestuurscollege aangewezen plaats.

Artikel 12
Ten behoeve van het beheer van beschermde vogelsoorten kan het bestuurscollege de eigenaar of beheerder van masten, hoogspanningsleidingen of andere constructies die zich bevinden in de vliegroute van de vogels, gelasten deze constructies op de door het eilandsbestuur aangewezen plaatsen te voorzien van waarschuwingsbollen of soortgelijke voorwerpen.

Artikel 13
(Gereserveerd)

Artikel 14
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege bomen of cactussen met een omtrek van de stam van minimaal 65 centimeter, gemeten op 1.30 meter hoogte boven het maaiveld, te vellen.

Het is verboden zonder vergunning bomen of cactussen te vellen die geplant zijn in het kader van de herplantplicht of anderszins aangegane verplichtingen.

Het is verboden bomen of cactussen te vellen die opgenomen zijn in de lijst “waardevolle bomen” van het eilandgebied Bonaire.

Het in het eerste en derde lid bedoelde verbod geldt niet voor het vellen van bomen of cactussen bedoeld in artikel 19 of artikel 20 en indien naar het oordeel van het bestuurscollege er sprake is van ernstige bedreiging van de openbare veiligheid of noodtoestand of andere uitzonderlijke situaties.

Artikel 15
Het bestuurscollege is bevoegd de vergunning te verlenen onder de voorwaarde dat de vergunninghouder een geldelijke bijdrage verschuldigd is die bestemd is voor aanplantingen.

De in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt voldaan aan en beheerd door de organisatie als bedoeld in artikel 23, Bij het afleggen van de rekening en verantwoording als bedoeld in artikel 9, vierde lid van de eilandsverordening wordt een overzicht verstrekt van aangeplante bomen per locatie.

De geldelijke bijdrage bedraagt:
$ 85,00 (Naf 152,00) bij een stamomtrek van 65 tot 79 centimeter;
$ 140,00 (Naf 250,00) bij een stamomtrek van 80 tot 94 centimeter; en
$ 195,00 (Naf 349,00) bij een stamomtrek van 95 centimeter of meer.

Artikel 16
Het bestuurscollege kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder andere:
natuur- en milieuwaarden;
landschappelijke waarden;
cultuurhistorische waarden;
waarden van stads- en dorpsschoon;
waarden voor recreatie en leefbaarheid;
beeldbepalende waarde van de houtopstand;
één of meerdere van de bovengenoemde waarden die de beplanting in de toekomst kan vertegenwoordigen.

Indien er sprake is van bouw- of aanlegplannen, kan een vergunning worden geweigerd op de enkele grond dat de plannen nog niet definitief zijn.

Artikel 17
Het bestuurscollege wijst bomen of cactussen aan die behouden dienen te blijven vanwege hun;
natuur- en milieuwaarden;
landschappelijke waarden;
cultuurhistorische waarden;
waarden van stads- en dorpsschoon; en
waarden voor recreatie en leefbaarheid.

De in het eerste lid bedoelde bomen of cactussen worden vermeld op een daartoe door het bestuurscollege opgestelde lijst, die voor een ieder ter inzage ligt op een door het bestuurscollege aangewezen plaats.

Artikel 18
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege mangroven, pokhouten bolcactussen in de natuur uit te steken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen, te beschadigen of te vernielen. Het verbod is niet van toepassing op handelingen verricht op een perceel waarop werkzaamheden zullen worden verricht waarvoor op grond van de Bouw- en woningverordening (A.B. 1961, no. 17) of hiervoor in de plaatstredende verordening een bouwvergunning is verleend.

Onder mangroven, pokhout en bolcactussen als bedoeld in het eerste lid worden verstaan:
witte mangrove (Avicennia germinans, mangel blanku);
grijze mangrove (Conocarpus erectus, mangel, mangel blanku);
mangrove (Laguncularia racemosa, mangel blanku);
rode mangrove (Rhizophora mangle, mangel tan);
pokhout (Guaiacum offidnale, wayaka) en (Guaiacum sanctum, wayaka shimaron);
bolcactus (Melocactus macracanthus, bushi, kabes di indjan, melon di seru).

Paragraaf IV OVERIGE REGELS TER BESCHERMING VAN DE NATUUR

Artikel 19
Als schadelijk voor de natuur of de natuurwaarden van het eilandgebied Bonaire wordt aangemerkt de volgende dier- en plantensoorten:
Cryptostegia grandiflora (rubberiiaan, palu di lechi);
Pterois spp. (koraalduivel);
Boa constridor (afgodslang).

Het bestuurscollege kan de rechthebbende op land of wateren alsmede de hoofdgebruiker gelasten dieren of planten behorende tot een in het eerste lid aangewezen soort te verwijderen of passende maatregelen te treffen teneinde te voorkomen dat deze soort zich vermeerdert of verspreidt.

De verwijdering dient in eerste instantie mechanisch te geschieden. Verwijdering met chemische middelen mag slechts worden toegepast nadat het bestuurscollege daartoe een vergunning heeft verleend.

Artikel 20
Als mogelijk schadelijk voor de natuur of de natuurwaarden van het eilandgebied Bonaire wordt aangemerkt de volgende plantensoort:- Azadirachta Mica (neem boom; palu di neem).

Het bestuurscollege kan de rechthebbende op land alsmede de hoofdgebruiker gelasten passende maatregelen te treffen teneinde te voorkomen dat de op zijn land voorkomende dieren of planten behorende tot een in het eerste lid aangewezen soort zich vermeerderen of verspreiden.

Artikel 21
1. Als activiteiten zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de eilandsverordening worden aangemerkt:

de aanleg, wijziging of uitbreiding van een luchtvaartterrein;
de wijziging in de ligging van een start- of landingsbaan of de verlenging of verbreding daarvan;
de aanleg, wijziging of uitbreiding van een zeehaven;
de aanleg, wijziging of uitbreiding van met land verbonden en buiten een haven gelegen pier voor het lossen en laden van schepen groter dan 500 gross tons (GT);
de aanleg, wijziging of uitbreiding van een kunstmatig strand;
de aanleg, wijziging of uitbreiding van een jachthaven;
de aanleg, wijziging of uitbreiding van een uitwatering in zee;
de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voor het ontzien van zeewater of voor het onttrekken van warmte of koude aan zeewater waarbij de activiteit betrekking heeft op een hoeveelheid water van 70 m3 per dag of meer;
de winning dan wel wijziging of uitbreiding van de winning van oppervlaktedelfstoffen, de ophoging of ander gebruik van de zeebodem over een oppervlakte van 0,25 hectare of meer;
de aanleg, wijziging of uitbreiding van een inrichting voor aquacultuur;
de infiltratie van water in de bodem of onttrekking van grondwater aan de bodem alsmede de wijziging of uitbreiding van bestaande infiltraties of onttrekkingen waarbij de activiteit betrekking heeft op een hoeveelheid water van 100 m3per dag of meer;
de winning van aardolie, aardgas of andere delfstoffen;
m. de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voor de opslag van aardolie, aardgas, petrochemische of chemische producten met een opslagcapaciteit van 2.000 ton of meer;
de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voor de raffinage van aardolie;
de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voor de fabricage van chemische producten en de aanleg van de daarbij behorende infrastructuur;
de aanleg, wijziging of uitbreiding van een buisleiding met een diameter van meer dan 20 centimeter voor het transport van gas, olie of chemicaliën over een lengte van meer dan 500 meter;
de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voorde productie van elektriciteit, stoom of warmte met een vermogen van 5 megawatt of meer;
de oprichting, wijziging of uitbreiding van één of meer met elkaar samenhangende installaties voor het opwekken van elektriciteit door middel van windenergie, waarbij de activiteit betrekking heeft op een gezamenlijk vermogen van 10 megawatt of meer of 10 windturbines of meer;
de aanleg, wijziging of uitbreiding van het tracé van een bovengrondse hoogspanningsleiding met een spanning van 30 kilovolt of meer en over een lengte van 3 kilometer of meer;
de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voor het verbranden, verwerken of storten van afvalstoffen met een capaciteit van 2.000 ton per jaar of meer;
de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting bestemd voor het reinigen van afvalwater met een capaciteit van 1.000 inwonerequivalenten of meer;
de ontgronding dan wel wijziging of uitbreiding van de ontgronding over een oppervlakte van 1 hectare of meer;
de winning dan wel wijziging of uitbreiding van de winning van oppervlaktedelfstoffen op een winplaats van 5 hectare of meer of een aantal winplaatsen die in elkaars nabijheid liggen met een gezamenlijke oppervlakte van 5 hectare of meer;
de aanleg, wijziging of uitbreiding van een golfbaan en andere recreatieve of toeristische voorzieningen met een oppervlakte van 8 hectare of meer;
de aanleg, wijziging of uitbreiding van terreinen en bouwwerken voor verblijfsaccommodatie van 10 kamers of meer in bufferzones van natuurparken en in gebieden die bij of krachtens de Eilandsverordening ruimtelijke ontwikkelingsplanning Bonaire of een hiervoor in de plaatstredende verordening, voor doeleinden van landschaps- of natuurbehoud of ecologische en milieuhygiënische doeleinden bestemd zijn.

2. Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de eilandsverordening gaat vergezeld van een milieu-effectrapport dat voldoet aan de eisen zoals vermeld in annex II van dit besluit.

3. Geen milieu-effectrapport behoeft te worden overgelegd indien:
voor de voorgenomen activiteit of een activiteit waarvan de voorgenomen activiteit een herhaling of voortzetting is reeds eerder een milieu-effectrapport is opgesteld en een nieuw milieueffectrapport redelijkerwijs geen nieuwe gegevens kan bevatten over de mogelijke nadelige gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu;
als gevolg van een gebeurtenis waarbij ernstige verstoring van de openbare orde is of dreigt te ontstaan, waarbij het leven, het welzijn van vete personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate worden bedreigd of worden geschaad, de voorgenomen activiteit onverwijld moet worden uitgevoerd; of
de voorbereiding van de voorgenomen activiteit op het tijdstip waarop deze bepaling van kracht wordt reeds zover is gevorderd dat het opstellen van een zodanig rapport naar het oordeel van het bestuurscollege redelijkerwijs niet meer kan worden verlangd.

4. Indien op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de eilandsverordening positief wordt beslist, bepaalt het bestuurscollege bij de vaststelling van haar besluit tevens een datum voor de evaluatie van dat besluit.

5. Na verloop van de in het vierde lid bedoelde termijn voert het bestuurscollege met medewerking van de vergunninghouder een evaluatie uit van haar besluit met inachtneming van de werkelijk opgefreden gevolgen van de ondernomen activiteit voor het milieu.

6. Het bestuurscollege neemt, na hiertoe de landelijke commissie gehoord te hebben, zonodig aanvullende maatregelen om nadelige gevolgen van de ondernomen activiteit voor het milieu te beperken.

Artikel 22
Het bepaalde in artikel 19, derde tot en met vijfde lid, van de eilandsverordening is niet van toepassing op de volgende categorieën vergunnings- of ontheffingsaanvragen:
aanvragen voor een vergunning als bedoeld in artikel 8 onder n, tot het binnengaan van als zodanig aangegeven broedgebieden en reservaten;
aanvragen vooreen vergunning als bedoeld in artikel 19, derde lid, tot het verwijderen van schadelijke planten met chemische middelen; en
aanvragen voor een vergunning of ontheffing ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek.

Paragraaf V BEHEER VAN DE NATUURPARKEN

Artikel 23
Als beheerder van de natuurparken van Bonaire wordt aangesteld de Stichting Nationale Parken Bonaire (STINAPA Bonaire) gevestigd te Bonaire.

Artikel 24
Het beheer van de natuurparken wordt bij overeenkomst geregeld tussen het Bestuurscollege en de in artikel 23 genoemde beheerder.

Paragraaf VI SLOTBEPALINGEN

Artikel 25
Het eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, van 31 maart 2005 (A.B. 2005, no. 10) wordt ingetrokken.

Artikel 26
Dit eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt aangehaald als: Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire.

Artikel 27
Dit eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, treedt in werking op 1 september 2010 met uitzondering van de artikelen 14 en 15 die in werking treden op 1 januari 2011.

Bijlagen

Annex I als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Eilandsbesluit natuurbeheer BonaireEilandelijk beschermde dier- en plantensoorten
Op grond van artikel 11, tweede lid, van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire (Beschermde dier- en plantsoorten op grond van verdragen (artikel 11, eerste lid Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire) worden niet vermeld).

Latijnse naam Papiamentse naam Nederlandse naam Engelse naam
Haaiachtigen
Aetobatus narinari chuchu águila gevlekte adelaarsroq spotted eagle ray
Dasyatis Americana chuchu ròk Amerikaanse pijlstaartrog southem stingray ●●
Manta birostris manta mantarog manta ray
Selachimorpha (Euselachii) tribon haaien sharks
Zeevissen
Balistes vetula pishiporko rabu di gai koningstrekkervis queen triggerfsh
Dermatolepis inermis olitu marbled grouper
Epinephelus itajara djukvis itajara Goliath grouper, jewfish ●●
Epinephelus striatus jakupepu Nassau tandbaars nassau grouper
Lachnolaimus maximus hokfis everlipvis hogfish
Lutjanus analis kapitán snapper mutton snapper
Lutjanus cyanopterus karaña pretu cubera snapper cubera snapper
Pagrus pagrus djent’i maishi rode zeebrasem red porgy
Scaridae gutu papegaaivissen parrotfishes
Thunnus obesus buni wowo grandi grootoogtonijn bigeye tuna
Ongewervelde zeedieren
Panulirus argus kref kreeft Caribbean spiny lobster
Panulirus guttatus kref gevlekte kreeft spotted spiny lobster
Panulirus laevicauda kref kreeft smoothtail spiny lobster
Koraalachtigen
Antipatharia koral pretu zwarte koralen black corals ●○
Gorgoniacea waaierkoralen gorgonians
Milleporidae brandkoralen fire corals ●○
Scleractinia steenkoralen stony corals ●○
Stylasteridae kantkoralen lace corals ●○
Zeeschelpdieren
Strombus gigas karkó roze vleugelhoom grote kroonslak queen conch ●■○
Zeegrassen
Syringodium filiforme (Cymodocea manitorum) zeegras manatee grass
Thalassia testudinum yerba di kaña zeegras turtle grass
Zoogdieren
Chiroptera raton di anochi vleermuizen bats
Vogels
Aratinga pertinax xanthogenius prikichi West Indische parkiet brown-throated parakeet ●○
Buteo albicaudatus gabilan di seru, falki witstaartbuizerd white tailed hawk ●○
Margarops fuscates bonairensis chuchubi Spaño palabrua boka duru witoogspotlijster pearly eyed trasher
Pandion haliaetus gabilan piskadó visarend osprey ●○
Phoenicopterus ruber chogogo Caribische flamingo Caribbean flamingo ●○
Tyto alba palabrua kerkuil bamowl ●○
Reptielen
Iguana iguana yuana groene leguaan green iguana
Zoetwaterdieren
Typhlatya monae blinde garnaal Mona cave shrimp
Mangrovésoorten
Avicennia germinans mangel blanku witte mangrove black mangrove
Conocarpus erectus mangel, mangel blanku gijze mangrove buttonwood
Laguncularia racemosa mangel blanku mangrove white mangrove
Rhizophora mangle mangel tan rode mangrove mangrove
Bomen
Amyris ignea (A. simplicifolia)
Capparis tenuisiliqua
Celtis iguanaea
Clusia sp. tam machu
Crateva tapia ishiri
Euphorbia cotinifolia manzaliña bobo
Ficus brittonii palu di mahawa, mahòk di mondi
Geoffroea spinosa (G. superba) palu di taki
Guaiacum officinale wayaká pokhout lignum-vitae ●■○
Guaiacum sanctum wayaká shimaron pokhout roughbark lignum-vitae ●■○
Guapira fragrans (Pisonia fragans)
Guapira pacurero (Pisonia bonairensis) mafobari, mushi bari
Krugiodendron ferreum kaobati
Manihot carthaginensis marihuri
Maytenus tetragona (M. sieberiana) palu di kolebra (A)
Maytenus versluysii bèshi di yuana
Phoradendron trinervium
Sabal cf. causiarum (Sabal sp.) kabana sabalpalm sabal palm
Salicornia perennis
Schoepfia schreberi mata combles (A) ●●
Spondias mombin hoba
Strumpfia maritima
Ximenia americana kashu di mondi
Zanthoxylum flavum (Fagara flava) kalabari West Indian satinwood
Zanthoxylum monophyllum (Fagara monophylla) bosùa, koubati
Planten
Bromelia humilis (B. lasiantha) teku bromelia bromeliad
Cereus repandus (Subpilocereus repandus) kadushi boomcactus candle cactus
Melocactus macracanthus bushi, kabes di indjan, melon di seru bolcactus Turk’s cap cactus ●■○
Opuntia caracassana (Opuntia wentiana) infrou, tuna Spaanse juffer prickly pear
Orchidaceae orkidia orchideeën orchids ●○
Pilosocereus lanuginosus (Cephalocereus lanuginosus) kadushi di pushi, kadushi spaño zuilcactus candle cactus
Stenocereus griseus (Lemaireocereus griseus, Ritterocereus griseus) yatu, datu zuilcactus candle cactus
Tillandsia flexuosa teku di palu bromelia bromeliad
Varnes varens ferns

Legenda● = Beschermde dier- of plantsoort aangewezen op grond van artikel 11, tweede lid, van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire.■ = Beschermde dier- of plantsoort aangewezen op grond van artikel 11, tweede lid, van deEilandsverordening natuurbeheer Bonaire waarvoor ook beheersmaatregelen gelden op grond van artikel 11, derde lid van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire.○ = Beschermde dier- of plantsoort op bijlage 2 van het CITES-Verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora). Specimens van soorten op deze lijst die worden geëxporteerd, behoeven een uitvoervergunning.

Toelichting op Annex I
Eilandelijk beschermde dier- en plantensoorten

Verplicht beschermd door verdragen
De bescherming van dier- en plantensoorten is geregeld in Paragraaf III van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire. Volgens artikel 11, eerste lid, worden alle dier- en plantensoorten beschermd die zijn genoemd in:• bijlage 1 van het CITES-Verdrag;• bijlage 1 van de Bonn-Conventie;• bijlagen 1 en 2 van het SPAW-Protocol; en• bijlage 1 van het Zeeschildpaddenverdrag.De soorten die op grond van deze verdragen verplicht zijn beschermd, zijn niet in Annex l aangegeven.Beschermd door het eilandgebied BonaireVolgens artikel 11, tweede lid, van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire kunnen bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen ook andere dier- en plantensoorten, die tot de inheemse flora en fauna behoren, worden aangewezen als beschermde soorten. Naast ecologische criteria zijn het draagvlak onder de bevolking en de handhaafbaarheid van de wettelijke bescherming belangrijke voorwaarden voor soortbescherming op eilandsniveau. Met het oog hierop dient de lijst kort te zijn.Voor het samenstellen van de lijst zijn de volgende criteria gehanteerd. De soorten op de lijst dienen aan één of meer criteria te voldoen.

– Vermelding op de rode lijst van bedreigde soorten van de World Conservation Union, IUCN, categorie CR (critically endangered), categorie EN (endangered) of categorie VU (vulnerable). Dit geldt bijvoorbeeld voor een aantal mariene vissoorten.
– Endemisch en daarnaast zeldzaam, bedreigd of andere overwegingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de sabal palm (kabana), de parkiet (prikichi) en de witoogspotlijster (chuchubi Spano).
– Lokaal bedreigd of zeldzaam. Dit geldt bijvoorbeeld voor haaien, vleermuizen, varens, orchideeën en een aantal boomsoorten.
– Ecologisch belang (sleutelsoorten). Dit geldt bijvoorbeeld voor koralen, haaien, papegaaivissen, vleermuizen, mangroven en zeegras.
– Onderhevig aan grote exploitatie druk. Een voorbeeld hiervan is de karkó.
– Toeristische waarde (vlaggeschip soorten). Voor Bonaire valt de flamingo onder dit criterium, maar ook haaiachtigen.
– (Potentieel) verzamelobject. Voorbeelden hiervan zijn karkó’s, orchideeën en bolcactussen (bushi).
– Handhavingsoverwegingen. De verschillende soorten zijn door leken niet uit elkaar te houden, daarom wordt de hele groep beschermd. Dit geldt bijvoorbeeld voor koralen, haaien en vleermuizen.

Annex II als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van het Eilandsbesluit natuurbeheer BonaireInhoud en procedure milieu-effectrapport;
Een milieu-effectrapport als bedoeld in artikel 16, tweede lid van de eilandsverordening bevat tenminste de volgende onderdelen:

een beschrijving van de voorgenomen activiteit en van de wijze waarop deze zal worden uitgevoerd;
een beschrijving van de alternatieven voor de voorgenomen activiteit die redelijkerwijs in plaats daarvan in aanmerking zouden kunnen komen;
een aanduiding van het door het bestuurscollege met betrekking tot de voorgenomen activiteit te nemen besluit en een overzicht van de besluiten die eerder door het bestuurscollege met betrekking tot die activiteit of de beschreven alternatieven zijn genomen;
een beschrijving van de bestaande toestand van het milieu, voor zover de voorgenomen activiteit of de beschreven alternatieven daarvoor gevolgen kunnen hebben, alsmede van de te verwachten ontwikkeling van het milieu indien noch de voorgenomen activiteit noch de beschreven alternatieven worden ondernomen;
een beschrijving van de gevolgen voor het milieu, die de voorgenomen activiteit, onderscheidenlijk elk van de beschreven alternatieven kan veroorzaken, alsmede van de wijze waarop deze gevolgen zijn bepaald en beschreven;
een vergelijking van de te verwachten ontwikkeling van het milieu zoals deze is beschreven ter uitvoering van onderdeel d, met de gevolgen voor het milieu zoals deze zijn beschreven ter uitvoering van onderdeel e;
een overzicht van de leemten in de beschrijvingen, bedoeld onder d en e, die het gevolg zijn van het ontbreken van de benodigde gegevens; en
een samenvatting die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft voor de beoordeling van het milieu-effectrapport.

Voor de opstelling en behandeling van een milieu-effectrapport als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de eilandsverordening geldt de volgende procedure:
de initiatiefnemer stelt een startnotitie met basisgegevens op en zendt deze aan het bestuurscollege;
het bestuurscollege legt de startnotitie om advies voor aan een daartoe tijdelijk door het bestuurscollege ingestelde commissie, waarvan de leden worden benoemd op grond van hun deskundigheid;
binnen 60 dagen na ontvangst van de startnotitie door de onder b genoemde commissie brengt de commissie advies uit over de gewenste richtlijnen voor het milieu-effectrapport na belanghebbenden in de gelegenheid te hebben gesteld hun mening kenbaar te maken;
binnen 90 dagen na ontvangst van de startnotitie door het bestuurscollege stelt het bestuurscollege de onder c bedoelde richtlijnen vast en informeert de initiatiefnemer hiervan;
de initiatiefnemer stelt het milieu-effectrapport op met inachtneming van de richtlijnen en overige eisen en zendt het rapport met de vergunningsaanvraag aan het bestuurscollege;
binnen 60 dagen na ontvangst van het milieu-effectrapport en de vergunningaanvraag beslist het bestuurscollege of het rapport voldoet aan de richtlijnen en overige eisen en of de vergunningsaanvraag in behandeling kan worden genomen;

voor de behandeling van de vergunningsaanvraag geldt de procedure zoals vastgesteld bij artikel 19 van de eilandsverordening, waarbij de tijdelijke commissie als bedoeld onder b advies uitbrengt over de volledigheid en de kwaliteit van het milieu-effectrapport.

Annex III als bedoeld in artikel 3 van het Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire en Annex I bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 19 eerste lid, 22, eerste en tweede lid, 33 en 36 van het Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire: Gebruiksvergoedingen

Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire en Eilandsbesluit onderwaterpark BonaireBehoudens het gebruik van het onderwaterpark ten behoeve van openbare dienst gelden de volgende vergoedingen:
voor het gebruik of de toegang van een natuurpark wordt een vergoeding geheven van $ 10,00 (Naf. 17,50) per jaar;
toegang voor duikers: $ 25,00 (Naf 43,75) per persoon per jaar of $ 10,00 (Naf. 17,50) per persoon per dag;
gebruik voor het drijven van een zaak als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van het Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire: $ 840,00 (Naf 1.500,00) per vestiging per jaar;
gebruik van een meerboei, trap, riprap, zeewering, (privé dan wel commerciële) pier, steiger of overhangende constructie en overige bouwwerken $ 280,00 (Naf 500,00) per jaar;
gebruik van een meerboei als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van het Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire: $ 10,00 (Naf 17.50) per boei per nacht;
gebruik van een ladder $ 140,00 (Naf 250,00) per jaar;
gebruik van een industriële pier of steiger $ 560,00 (Naf 1.000,00) per jaar;
gebruik van een aangelegd of aangevuld strand $ 140,00 (Naf 250,00) per strekkende meter per jaar met een maximum van $ 16.760,00 (Naf 30.000,00) per jaar;
gebruik van een volgens artikel 35 van het Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire aangelegd of aangevuld strand $ 280,00 (Naf 500,00) per jaar.

Eilandsbesluit Onderwaterpark

wapen_van_bonaire_1_11648
Bonaire Law

Download document

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Openbaar lichaam Bonaire
Officiële naam regeling Eilandsbesluit houdende algemene maatregelen van 25 augustus 2010, no. 2 ter uitvoering van de artikelen 4, 8, 9, 10, 11, 16 en 17 van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire (A.B. 2008, no. 23) en tot intrekking van de eilandsbesluiten, houdende algemene maatregelen, van 28 juni 1991, no. 8 (A.B. 1991, no. 10), van 13 december 1991, no. 1 (A.B. 1991, no. 21), van 22 december 1993, no. 1 (A.B 1993, no. 18), van 20 maart 1996, no. 9 (A.B. 1996, no. 3), van 18 augustus 1999, no. 5 (A.B. 1999, no. 11), van 18 augustus 1999, no. 6 (A.B. 1999, no. 12), van 5 september 2003, no. 13 (A.B. 2003, no. 10), van 27 januari 2005, no. 3 (A.B. 2005, no. 2) van 21 december 2007, no. 3 (A.B. 2007, no. 17) en van 25 juni 2010, no. 16 (A.B. 2010, no. 9), (Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire)
Citeertitel Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire
Vastgesteld door Bestuurscollege
Onderwerp milieu
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling is vastgesteld en in werking getreden vóór 10-10-2010, maar op grond van artikel 7 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Positieve lijst regelgeving Eilandsraad Bonaire (AB 2010, no. 20) dan wel het Eilandsbesluit vaststellen positieve lijst regelgeving Bestuurscollege Bonaire (AB 2010, nr. 19) tevens vastgesteld voor het openbaar lichaam Bonaire en derhalve met ingang van 10-10-2010 in het openbaar lichaam Bonaire van toepassing.

Dit eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, treedt in werking op 1 september 2010, met uitzondering van de artikelen, 10, eerste en tweede lid, 14, eerste lid, onderdeel d, 19, 33 en 36 die in werking treden op 1 januari 2011.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire, art. 4, 8, 9, 10, 11, 16 en 17 (A.B. 2008, no. 23)

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-treding Terugwerkendekracht tot en met Datum uitwerking-treding Betreft Datum ondertekeningBron bekendmaking Kenmerk voorstel
01-09-2010 10-10-2010 Nieuwe regeling 25-08-2010A.B. 2010, no. 14 onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Eilandsbesluit houdende algemene maatregelen van 25 augustus 2010, no. 2 ter uitvoering van de artikelen 4, 8, 9, 10, 11, 16 en 17 van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire (A.B. 2008, no. 23) en tot intrekking van de eilandsbesluiten, houdende algemene maatregelen, van 28 juni 1991, no. 8 (A.B. 1991, no. 10), van 13 december 1991, no. 1 (A.B. 1991, no. 21), van 22 december 1993, no. 1 (A.B 1993, no. 18), van 20 maart 1996, no. 9 (A.B. 1996, no. 3), van 18 augustus 1999, no. 5 (A.B. 1999, no. 11), van 18 augustus 1999, no. 6 (A.B. 1999, no. 12), van 5 september 2003, no. 13 (A.B. 2003, no. 10), van 27 januari 2005, no. 3 (A.B. 2005, no. 2) van 21 december 2007, no. 3 (A.B. 2007, no. 17) en van 25 juni 2010, no. 16 (A.B. 2010, no. 9), (Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire)

 

Paragraaf l BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

In dit eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt verstaan onder:

beheerder: Stichting Nationale Parken Bonaire (STINAPA Bonaire) gevestigd te Bonaire;
bouwwerk: elke constructie van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats waarvoor zij is bedoeld, hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
carapax lengte: lengte van het kop-romp segment van een kreeft;
duikbedrijf: instelling waar bedrijfsmatig faciliteiten worden aangeboden ten behoeve van het gebruik van het onderwaterpark door duikers;
duiker: hij die, voorzien van onder druk gebrachte lucht of andere ademhalingsgassen, zich te water begeeft dan wel kennelijk het voornemen daartoe heeft, zich te water bevindt, het water verlaat dan wel zich kennelijk kort tevoren in het water heeft bevonden;
GPS-coördinaten: coördinaten volgens het Global Positioning System; havenmeester: de door het bestuurscollege als zodanig aangewezen persoon of diens plaatsvervanger;
onderwaterpark: natuurpark ingesteld bij de Verordening Marien Milieu (A.B. 1991, no. 8) dan wel als onderwaterpark ingesteld krachtens artikel 4 van de eilandsverordening;
strand: de onbebouwde en (grotendeels) onbegroeide strook, gelegen tussen de normaal-laagwaterlijn enerzijds en het begin van de min of meer ononderbroken natuurlijke begroeiing, dan wel de voet van de aanwezige zeewering, beschoeiing of wallen, dan wel het begin van de van oudsher aanwezig bebouwing anderzijds;
traditioneel visgerij: vislijnen (liña), hengels en door de beheerder goedgekeurde en als zodanig gewaarmerkte werpnetten (tarai) en treknetten (reda);
verblijfsaccommodatie: elke ruimte die, anders dan voor permanente bewoning, beschikbaar is voor overnachtingen;
visreservaat: door het bestuurscollege aangewezen gebied in het onderwaterpark waar het verboden is, op welke manier dan ook, zeedieren te verzamelen.

De begripsbepalingen in artikel 1 van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire zijn van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf II BEPALINGEN OVER DE TOEGANG TOT HET ONDERWATERPARK

Artikel 2

1. Voor de toegang tot of het gebruik van het onderwaterpark wordt een vergoeding geheven als vermeld in Annex l van dit besluit.

2. Geen vergoeding wordt geheven voor de toegang tot het onderwaterpark ten behoeve van internationaal en interinsulair scheepvaartverkeer.

3. Geen vergoeding wordt geheven voor de toegang tot het onderwaterpark van;
a. personen jonger dan 12 jaar;
b. personen die blijkens bewijsstukken ingezetenen zijn van Bonaire; en
c. van personen die blijkens bewijsstukken niet langer dan 24 uur op Bonaire verblijven.

4. Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing op de toegang van duikers.

Paragraaf III ALGEMENE BEHEERSMAATREGELEN

Artikel 3
1. 
Binnen het onderwaterpark worden als reservaat aangewezen:
a. 
het als zodanig gemarkeerde gedeelte gelegen tussen Boka Slagbaai (GPS-coördinaten: 12°15’51.49”N – 68°24’52.11”W); en Playa Frans (GPS-coördinaten: 12°14’48.75”N – 68°24’53.01”W; en

b. het als zodanig gemarkeerde gedeelte gelegen tussen landhuis Karpata (GPS-coördinaten: 12°13’10.77″N – 68°21’9.85″W) en de strekdam voor de ingang van het Goto-meer (GPS-coördinaten: 12°13’12.89″N – 68°22’29.69″W).

2. 
Het is verboden zich zonder vergunning van het bestuurscollege te bevinden in een reservaat als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat de doorvaart door en de visserij met traditioneel visgerei in de reservaten onbelemmerd blijven.

3. Het is verboden zich aangelijnd aan een vlieger of soortgelijk voorwerp voort te bewegen op of boven de wateren van het onderwaterpark binnen 75 meter van de kust, met uitzondering van de door de beheerder daartoe aangewezen plaatsen.

Artikel 4
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege direct of indirect in de wateren van het eilandgebied Bonaire afvalwater, biologische of chemische middelen, die schade kunnen toebrengen aan het milieu of de fysische samenstelling van het water wijzigen, te storten of te lozen, te lekken of te doen of laten geraken.

Artikel 5
1. Het is verboden in de wateren van het onderwaterpark te ankeren.

2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

a. 
boten met een totale lengte van ten hoogste vier meter, voor zover deze boten worden gebruikt voor de visserij en gebruik wordt gemaakt van een koraalsteen als anker;
b. 
het gedeelte van de baai van Kralendijk gelegen tussen de pier tegenover het pand gelegen aan de Kaya J. N.E. Craane nummer 12 (GPS-coördinaten: 12°09’0.72″N – 68°16’09.7″W) en de zuidelijke havensteiger (GPS-coördinaten: 12°8’47.42″N – 16’39.75″W);
c. 
vaartuigen die ter afwending van gevaar voor personen en het vaartuig onverwijld dienen te ankeren.

3. Het ankeren in het gebied bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is slechts toegestaan na verkregen schriftelijke toestemming van de havenmeester. De havenmeester stelt de beheerder onverwijld in kennis van elke door hem verleende toestemming.

4. 
Vanuit vaartuigen bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, mogen slechts bemanningsleden zich te water begeven, indien dit noodzakelijk is ter afwending van het gevaar.

Artikel 6
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege aan de bodem of bodembegroeiing van het onderwaterpark vastzittende voorwerpen te verwijderen of te bergen.

Artikel 7
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege in het onderwaterpark vaartuigen of andere niet van nature in het park voorkomende voorwerpen af te zinken.

Artikel 8
1. 
Het is duikers verboden in het onderwaterpark gebruik te maken van handschoenen.

2. Het verbod is niet van toepassing bij het vangen, verzamelen en doden van schadelijke dieren en planten als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van het Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire.

3. De beheerder van het park kan ontheffing van het verbod bedoeld in het eerste lid verlenen, indien uit een door een arts afgegeven verklaring blijkt dat hiertoe medische gronden zijn.

Paragraaf IV BEPALINGEN OVER VISSERIJ

Artikel 9
1. 
Het is verboden in het onderwaterpark mechanische onderwaterjachtmiddelen of explosieven onder zich te hebben of met handsperen of pikhaken te jagen op zeedieren of deze daarmee te vangen.

2. Het is verboden zeedieren die met mechanische onderwaterjachtmiddelen of met explosieven, handsperen dan wel pikhaken zijn gevangen onder zich te hebben, te koop aan te bieden, te vervreemden, af te leveren of te vervoeren.

3. 
Het is verboden mechanische onderwaterjachtmiddelen te vervoeren over openbare grond of openbaar water.

4. Het is verboden mechanische onderwaterjachtmiddelen in het geheel of in onderdelen ten verkoop aan te bieden, te verkopen of ter verkoop voorradig te hebben in een winkel of bijbehorende ruimte.

5. 
Onder mechanische onderwaterjachtmiddelen worden verstaan geweren en pistolen die onder werking van de Vuurwapenverordening 1931 (P.B. 1931, no. 2) zoals gewijzigd, vallen, alsmede geweren of pistolen waarmee projectielen door middel van samengeperste lucht of gas of op enige andere wijze onder water kunnen worden afgeschoten.

6. Met uitzondering van explosieven zijn de verboden in het eerste, tweede en derde lid niet van toepassing voor de beheerder en door de beheerder aangewezen personen bij het vangen, verzamelen en doden van schadelijke soorten als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van het Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire.

Artikel 10
1. 
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege in het onderwaterpark fuiken (kanasters) te gebruiken voor het verzamelen van zeedieren.

2. 
Het is verboden in het onderwaterpark werpnetten (tarai), treknetten (reda) en fuiken (kanasters) te gebruiken voor het verzamelen van zeedieren, tenzij deze zijn goedgekeurd en als zodanig zijn gewaarmerkt door de beheerder.

3. 
Het is verboden met treknetten zeedieren te verzamelen in de wateren onder de pieren van Kralendijk en binnen een straal van 20 meter vanaf de buitenranden van deze pieren.

4. Het is verboden in het onderwaterpark bij de visserij met lijnen (lifia) gebruik te maken van een snorkel of duikbril met uitzondering van het gebied tussen Punt Vierkant (GPS-coördinaten: 12°6’42.96″N – 68°17’47.10”W) en de ingang van de jachthaven van Plaza Resort (GPS-coördinaten: 12°8’6.11″N – 68°16’46.43″W) en het gebied tussen Playa Chachacha (GPS-coördinaten: 12°08’46.16″N – 68°16’35.46″W) en de ingang van de jachthaven van Harbour Village Beach Resort (GPS-coördinaten: 12°9’44.68″N – 68°17’9.11″W).

Artikel 11
1. Het is verboden kreeften (Panulirus spp, kref) die een carapax lengte van minder dan 12 cm hebben alsmede eidragende kreeften te vangen, te doden, onder zich te hebben, ten verkoop of ter aflevering voorradig te houden, te koop aan te bieden, te verhandelen, ten geschenke te geven of te vervoeren.

2. 
Het is verboden buiten de periode van 1 november tot en met 30 april en buiten het gebied langs de noordoostkusten oostkust tussen Malmok (GPS-coördinaten: 12°18’44.24″N -68°23’16.01″W)en de Willemstoren (GPS-coördinaten: 12°1’39.99″N – 68°14’13.56″W) in het onderwaterpark kreeften te vangen, te doden of onder zich te hebben.

Artikel 12
1. Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege karkó (Btrombus gigas, roze vleugelhoom) te verzamelen.

2. Het bestuurscollege verleent een vergunning als bedoeld in het eerste lid slechts na de Commissie natuurbeheer Bonaire te hebben gehoord en onder de door de Commissie gestelde voorwaarden.

Artikel 13
1. Binnen het onderwaterpark zijn de volgende visreservaten aangewezen;
a. 
het als zodanig gemarkeerde gedeelte van het onderwaterpark, gelegen tussen Punt’i Waya (Poort van Hato) (GPS-coördinaten: 12° 10’53.81″N – 68°17’38.50″W en 12°10’52.20″N – 68°17’41.98″W) tot de ingang van de jachthaven van Harbour Village Beach Resort (GPS-coördinaten: 12°09’46.92″N – 68°17’46.92″W en 12°09’47.22″ – N 68°17’17.29″W);
b. 
het als zodanig gemarkeerde gedeelte van het onderwaterpark, gelegen tussen de pier bij “Playa Chachacha” (GPS-coördinaten: 12°08’46.16″N – 68°16’35.46″W en 12°08’44.92″N – 68°16’41.2″W) tot de ingang van de jachthaven van Plaza Resort (GPS-coördinaten: 12°08’07.62″N – 68°16’42.53″W en 12°08’13.70″N-68°16’47.15″W).

2. Het is verboden om in de gebieden als bedoeld in het eerste lid, op welke manier dan ook, zeedieren te verzamelen met uitzondering van zeedieren als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van het Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire.

Paragraaf V BEPALINGEN OVER BEDRIJVEN

Artikel 14
1. 
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege in het onderwaterpark bedrijfsmatig of tegen betaling:
a. 
een duikbedrijf uit te oefenen;
b. 
onderricht of instructie te geven;
c. 
personen te vervoeren of te begeleiden; en
d. 
vaartuigen of watersportmateriaal ter beschikking te stellen.

2. 
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege een compressor voor het vullen van drukvaten ten behoeve van de duiksport in bezit te hebben.

3. 
Het verbod in het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op het geven van zwemonderricht.

4. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing voor opvarenden van bezoekende vaartuigen, voor zover het vullen van drukvaten voor eigen gebruik geschiedt en geen commercieel doel dient.

Artikel 15
1. Ten minste tweemaal per jaar geeft de beheerder van het onderwaterpark instructies aan medewerkers van duikbedrijven belast met duikonderricht, of het begeleiden en vervoeren van duikers in het onderwaterpark inzake het verzorgen van een introductiebijeenkomst of oriënterende duik als bedoeld in het derde lid. Aan de instructie kunnen kosten zijn verbonden.

2. 
Medewerkers van duikbedrijven dienen binnen 6 maanden na aanvang van hun werkzaamheden te beschikken over een bewijs dat zij met goed gevolg de instructie hebben gevolgd.

3. 
Bezoekende duikers dienen voorafgaand aan hun eerste duik in het onderwaterpark een introductiebijeenkomst bij te wonen en een oriënterende duik te maken vanaf de plaats waar het duikbedrijf waarvan zij perslucht of andere ademhalingsgassen betrekken is gevestigd, of op een door de beheerder aangewezen plaats.

Artikel 16
1. 
Compressoren voor het vullen van drukvaten ten behoeve van de duiksport dienen zodanig te zijn uitgerust en te worden onderhouden dat de kwaliteit van de samengeperste lucht of andere gasmengsels te allen tijde voldoet aan de volgende normen; Samengeperste lucht met 20 tot 22 procent zuurstof (O2) mag geen grotere verontreiniging bevatten dan:
– 
koolstofdioxide (CO2): 500 ppm;
– 
koolstofmonoxide (CO): 15 ppm;
– 
olie en deeltjes: 5 mg/m3;
– 
geur: geen.

2. Duikbedrijven zijn verplicht de luchtkwaliteit eens per kwartaal te laten onderzoeken door een instelling die terzake kundig mag worden geacht en de schriftelijke rapporten van deze onderzoeken aan een daartoe door het bevoegd gezag aangewezen instantie op diens eerste verzoek ter inzage te geven. De rapporten dienen ten minste 2 jaar binnen het bedrijf te worden bewaard.

3. 
Drukvaten met een buitendiameter van meer dan 5 centimeter en een lengte van meer dan 60 centimeter welke in gebruik zijn dooreen duiker of duikbedrijf mogen alleen met perslucht of andere gassen worden gevuld indien de drukvaten zijn voorzien van een geldig keurmerk door of namens het Stoomwezen te Curaçao afgegeven, of afgegeven door een door het Stoomwezen erkende instantie of bedrijf.

Artikel 17
Aan boord van vaartuigen voor het transport van duikers dienen zich, naast de reddingsmiddelen en veiligheidsmiddelen zoals voorgeschreven door de havenmeester bij registratie van het vaartuig, zuurstofbeademings-apparatuuren een EHBO verbanddoos te bevinden.

Artikel 18
Indien de in artikel 14, eerste lid, bedoelde vergunninghouder duikapparatuur verhuurt of ter beschikking stelt aan bezoekers van het onderwaterpark, dient deze in goed werkende conditie te zijn en minimaal eenmaal per jaar een onderhoudsbeurt te ondergaan.

Artikel 19
1. 
Aan bedrijven of personen die een zaak drijven als bedoeld in artikel 2 van de Vestigingsregeling voor bedrijven (A.B. 1991, no. 29) en diensten, voorzieningen of faciliteiten aanbieden waarbij gebruik wordt gemaakt van het onderwaterpark, wordt een vergoeding geheven als vermeld in Annex l van dit besluit.

2. De vergoeding bedoeld in het eerste lid wordt niet geheven voor het geven van zwemonderricht.

3. 
Bedrijven en personen bedoeld in het eerste lid zijn verplicht hun klanten te informeren over de wettelijke regels, beheersmaatregelen en aanwijzingen die gelden in het onderwaterpark dan wel informatiemateriaal afkomstig van de beheerder beschikbaar te stellen.

Paragraaf VI BEPALINGEN OVER MEERBOEIEN

Artikel 20
1. Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege in het onderwaterpark een meerboei aan te leggen.

2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de beheerder en de namens de beheerder handelende personen.

3. 
Een vergunning als bedoeld in eerste lid wordt slechts verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. 
indien het een vergunning voor niet-commerciële doeleinden betreft, dient de aanvrager ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister van Bonaire;
b. 
indien het een vergunning voor commerciële doeleinden betreft, dient de aanvragen te beschikken over een vestigingsvergunning en ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel;
c. 
het vaartuig waarvoor de meerboei gebruikt zal worden dient eigendom te zijn van de aanvrager en geregistreerd te zijn bij de havenmeester, alsmede te zijn voorzien van een NB nummer.

4. Vergunningen als bedoeld in het eerste lid worden slechts verleend voor meerboeien gelegen aan de westkust van Bonaire in het gebied tussen Barkadera (GPS-coördinaten: 12°12’1.58″N – 68°18’32.47″W) en Punt Vierkant (GPS-coördinaten:12°6’42.96”N – 68°17’47.10″W).

Artikel 21
Bij de aanleg van meerboeien zijn slechts boeien toegestaan welke zijn goedgekeurd en aangelegd door of onder toezicht van de beheerder.

Artikel 22
1. 
Voor het gebruik van een meerboei wordt een vergoeding geheven bedoeld in Annex l van dit besluit.

2. Voor het gebruik van een meerboei welke eigendom is van de beheerder en die door of namens de beheerder wordt beheerd, in het gebied tussen Karel’s pier (GPS-coördinaten: 12°9’6.26″N – 68°16’41.40″W) en de jachthaven van Harbour Village Resort (GPS-coördinaten: 12°9’44.68″N – 68°17’9.11″W), wordt van de gebruiker een vergoeding geheven als vermeld in Annex l van dit besluit.

Artikel 23
Het bepaalde in artikel 22, eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van het gebruik van de in het onderwaterpark gelegen meerboeien welke in eigendom en beheer zijn van de beheerder en bestemd zijn voor openbaar gebruik ten behoeve van schepen van ten hoogste 13 meter lengte en voor een periode van ten hoogste 2 uur.

Artikel 24
Het is verboden meerboeien te gebruiken ten behoeve van schepen die langer zijn dan 18 meter.

Artikel 25
1. 
Het is verboden meer dan 1 vaartuig langer dan 4 meter of meer dan 3 vaartuigen met een lengte van 4 meter of minder gelijktijdig aan een meerboei zoals bedoeld in artikel 23 af te meren.

2. Het is verboden in het gebied tussen de GPS-coördinaten: 12°7’49.22″N – 68°17’5.60″W en de GPS-coördinaten: 12°8’1.85″N – 68°16’53.70″W, vaartuigen met een mast- of opbouwhoogte van meer dan 4 meter aan te meren aan de meerboeien gelegen bij de duikplaatsen Windsock en North Belnem.

Artikel 26
1. 
Het is verboden de drijflijn welke aan een meerboei is bevestigd rechtstreeks aan een vaartuig vast te maken,

2. Bij het vastmaken aan een meerboei dient ten minste 6 meter eigen lijn te worden uitgevierd vanaf het eerste vaartuig. De beheerder kan meerboeien aanwijzen, waaraan met een kortere eigen lijn kan worden afgemeerd.

Artikel 27
Personen die als beroep de visserij uitoefenen zijn, wanneer zij een verzoek indienen voor de aanleg van een meerboei, geen leges en kosten voor de aanleg van de boei verschuldigd, mits het een vaartuig betreft dat niet langer is dan 7 meter en een motorvermogen bezit van niet meer dan 25 pk.

Paragraaf VII BEPALINGEN OVER PIEREN EN DERGELIJKE

Artikel 28
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege in, op of boven het onderwaterpark pieren, trappen, ladders, overhangende constructies, platforms, drijvende steigers of andere bouwwerken aan te leggen.

Artikel 29
Het verbod in artikel 28 geldt tevens voorde uitbreiding, de renovatie en het groot onderhoud van de in dat artikel genoemde constructies.

Artikel 30
Een vergunning als bedoeld in artikel 28 wordt slechts verleend voor de aanleg van een pier die door middel van geheide pijlers met de ondergrond verbonden dan wel verankerd is.

Artikel 31
Vergunningen als bedoeld in artikel 28 worden slechts verleend voor pieren gelegen aan de westkust van Bonaire in het gebied tussen Punt’i Waya of Poort van Hato (GPS-coördinaten: 12°10’53.13″N – 68°17’38,51″W) en Punt Vierkant (GPS-coördinaten: 12°6’42.96″N – 68°17’47.10″W).

Artikel 32
De aanleg van pieren of steigers is niet toegestaan tenzij deze noodzakelijk is voor de uitoefening van een als zodanig geregistreerd duikbedrljf, scheepsbouw- en reparatiebedrijf en havenbedrijf of voor het uitvoeren van beheerstaken door de beheerder of als openbare voorziening in beheer van het eilandgebied.

Artikel 33
Voor het gebruik van de in artikel 28 genoemde constructies wordt van de vergunninghouder of diens rechtsopvolger een gebruiksvergoeding geheven als vermeld in Annex l van dit besluit.

Paragraaf VIII BEPALINGEN OVER STRANDEN

Artikel 34
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege in of grenzend aan het onderwaterpark een strand aan te leggen of aan te vullen of te doen ontstaan.

Artikel 35
1. 
Een vergunning als bedoeld in artikel 34 wordt uitsluitend verleend nadat de eilandelijke commissie is gehoord en indien:
a. de aanleg, het aanvullen of doen ontstaan van het strand geschiedt in de kader van de bouw van verblijfsaccommodatie met meer dan 100 kamers op een locatie aan zee;
b. het strand te allen tijde vrij toegankelijk is;
c. 
er geen strand in de onmiddellijke omgeving is;
d. 
het strand aan minimaal drie zijden, niet zijnde de landzijde, wordt beschermd door een keermuur boven de hoogwaterlijn;
e. het zand voor de aanleg of het aanvullen van het strand van dezelfde kwaliteit is als het ter plaatse aanwezige zeezand.

2. Bij het aanleggen of aanvullen van stranden dienen de richtlijnen in Annex II van dit besluit in acht te worden genomen.

Artikel 36
Voor het gebruik van een aangelegd of aangevuld strand wordt van de vergunninghouder een gebruiksvergoeding geheven als vermeld in Annex l van dit besluit.

Paragraaf IX BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HET LAC

Artikel 37
1. 
Het is verboden met motorboten in de wateren van het Lac te varen met een grotere snelheid dan twee zeemijlen per uur buiten het met boeien aangegeven kanaal Cai-Sorobon en met grotere snelheid dan vier zeemijlen per uur binnen dit kanaal.

2. Het verbod in het eerste lid geldt niet ten aanzien van vaartuigen die worden gebruikt ten behoeve van de rechtshandhaving of reddingsoperaties.

Artikel 38
Het is verboden in de wateren van het Lac te varen met jet ski’s.

Artikel 39
Het is verboden zich aangelijnd aan een vlieger of soortgelijk voorwerp voort te bewegen op of boven de wateren van het Lac.

Paragraaf X SLOTBEPALINGEN

Artikel 40
De eilandsbesluiten, houdende algemene maatregelen, van 28 juni 1991, no. 8 (A.B. 1991, no. 10), van 13 december 1991, no. 1 (A.B. 1991, no. 21), van 22 december 1993 no. 1 (A.B 1993, no 18), van 20 maart 1996, no. 9 (A.B. 1996, no. 3), van 18 augustus 1999, no. 5 (A.B. 1999, no. 11), van 18 augustus 1999, no. 6 (A.B. 1999, no. 12), van 5 september 2003, no. 13 (A.B. 2003, no. 10), van 27 januari 2005, no. 3 (A.B. 2005, no. 2), van 21 december 2007, no. 3 (A.B. 2007, no. 17) en van 25 juni 2010 no. 16 (A.B. 2010, no. 9) worden ingetrokken.

Artikel 41
Dit eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt aangehaald als “Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire”.

Artikel 42
Dit eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, treedt in werking op 1 september 2010, met uitzondering van de artikelen, 10, eerste en tweede lid, 14, eerste lid, onderdeel d, 19, 33 en 36 die in werking treden op 1 januari 2011.

Bijlagen

 Annex l als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 19, eerste lid, 22, eerste en tweede lid, 33 en 36 van het Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire, en Annex III als bedoeld in artikel 3 van het Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire:

Gebruiksvergoedingen:

Eilandsbesluit natuurbeheer Bonaire en Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire

Behoudens het gebruik van het onderwaterpark ten behoeve van openbare dienst gelden de volgende vergoedingen:
a. voor het gebruik of de toegang van een natuurpark wordt een vergoeding geheven van $ 10,00 (Naf. 17,50) per jaar;
b. 
toegang voor duikers: $ 25,00 (Naf 43,75) per persoon per jaar of $ 10,00 (Naf. 17,50) per persoon per dag;
c. 
gebruik voor het drijven van een zaak als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van het Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire: $ 840,00 (Naf 1.500,00) per vestiging per jaar;
d. 
gebruik van een meerboei, trap, riprap, zeewering, (privé dan wel commerciële) pier, steiger of overhangende constructie en overige bouwwerken $ 280,00 (Naf 500,00) per jaar;
e. 
gebruik van een meerboei als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van het Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire: $ 10,00 (Naf 17.50) per boei per nacht;
f. 
gebruik van een ladder $ 140,00 (Naf 250,00) per jaar;
g. 
gebruik van een industriële pier of steiger $ 560,00 (Naf 1.000,00) per jaar;
h. 
gebruik van een aangelegd of aangevuld strand $ 140,00 (Naf 250,00) per strekkende meter per jaar met een maximum van $ 16.760,00 (Naf 30.000,00) per jaar;
i. 
gebruik van een volgens artikel 35 van het Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire aangelegd of aangevuld strand $ 280,00 (Naf 500,00) per jaar.

Annex II als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van het Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire

Richtlijnen aanleggen of aanvullen van stranden

Bij het aanleggen of aanvullen van stranden dienen de volgende richtlijnen in acht te worden genomen:

A. Strand
1. het verloop van het bodemprofiel ter plekke dient minimaal de verhouding 1:20 te hebben;
2. het strand dient aan minimaal drie zijden, niet zijnde de landzijde, te worden afgesloten met een keermuur boven de hoogwaterlijn volgens de onder B vermelde minimum specificaties;
3. bij de aanleg en bij het eventueel aanvullen dient geïmporteerd zeezand van dezelfde kwaliteit als het ter plaatse aanwezige zand of koraalsteentjes te worden gebruikt.

B. Keermuur
1. de keermuur wordt geconstrueerd vóórdat zand wordt aangebracht op het beoogde strand;
2. 
de keermuur wordt boven normaal midden peil geconstrueerd;
3. de keermuur wordt vervaardigd van gewapend beton;
4. de kruin van de keermuur dient minimaal een hoogte te hebben van normaal midden peil + 0,7 meter;
5. 
de keermuur dient bestand te zijn tegen golfaanvallen van 1,5 meter;
6. de keermuur dient minimaal 0,2 meter gefundeerd te zijn in de kliplaag;
7. de keermuur dient aan de zeezijde een talud te hebben bestaande uit brokken kalksteen van minstens 50 kilogram zwaar; 8. constructie volgens in deze Annex opgenomen tekening.

C. Overige voorwaarden
1. de bovenzijde van de zandlaag bevindt zich minimaal 0,2 meter onder de kruin van de keermuur;
2. 
de dikte van de zandlaag is maximaal 0,2 meter;
3. 
de opvulling onder de zandlaag bestaat uit koraalstenen of koraalvingers tot een hoogte van maximaal normaal midden peil + 0,3 meter.

Keermuur AB2010_no14
Keermuur AB2010_no14

Eilandsverordening Natuurbeheer Bonaire

wapen_van_bonaire_1_11648
Bonaire Law

Download document

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Openbaar lichaam Bonaire
Officiële naam regeling EILANDSVERORDENING van 1 september 2008 no. 1 , inzake de bescherming en beheer van de natuur en de daarin voorkomende dier- en plantensoorten, tot wijziging van de Verordening marien milieu (A.B. 1991, no. 8), tot intrekking van de Natuurbeschermings- en monumentenverordening 1967 (A.B. 1967, no. 7) en tot intrekking van de Verordening schadelijke planten (A.B. 1991, no. 25) (Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire)
Citeertitel Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire
Vastgesteld door Eilandsraad
Onderwerp milieu
Eigen onderwerp

 

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling is vastgesteld en in werking getreden vóór 10-10-2010, maar op grond van artikel 7 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Positieve lijst regelgeving Eilandsraad Bonaire (AB 2010, no. 20) dan wel het Eilandsbesluit vaststellen positieve lijst regelgeving Bestuurscollege Bonaire (AB 2010, nr. 19) tevens vastgesteld voor het openbaar lichaam Bonaire en derhalve met ingang van 10-10-2010 in het openbaar lichaam Bonaire van toepassing.

Deze regeling vervangt de Natuurbeschermings- en monumentenverordening 1967 (A.B. 1967, no. 7), de Verordening schadelijke planten (A.B. 1991, no. 25) en – met ingang van het tijdstip waarop bij eilandsverordening als bedoeld in artikel 4 van deze regeling, het gebied dat op grond van de Verordening marien milieu het onderwaterpark vormt, wordt aangewezen als natuurpark – de Verordening marien milieu (A.B. 1991, no, 8).

 

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Landsverordening grondslagen natuurbeheer en –bescherming, art. 9 tot en met 15

 

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-treding Terugwerkendekracht tot en met Datum uitwerking-treding Betreft Datum ondertekeningBron bekendmaking Kenmerk voorstel
09-10-2008 10-10-2010 Nieuwe regeling 01-09-2008A.B. 2008, no. 23 onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

EILANDSVERORDENING van 1 september 2008 no. 1 , inzake de bescherming en beheer van de natuur en de daarin voorkomende dier- en plantensoorten, tot wijziging van de Verordening marien milieu (A.B. 1991, no. 8), tot intrekking van de Natuurbeschermings- en monumentenverordening 1967 (A.B. 1967, no. 7) en tot intrekking van de Verordening schadelijke planten (A.B. 1991, no. 25) (Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire)

Paragraaf l BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1
1.
In deze eilandsverordening en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:

eilandgebied: eilandgebied Bonaire;
bestuurscollege: bestuurscollege van het eilandgebied Bonaire;
eilandsraad: eilandsraad van het eilandgebied Bonaire;
belanghebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon, die rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen door een beschikking of te nemen beschikking;
Verdrag van Ramsar: de op 2 februari 1971 te Ramsar tot stand gekomen Overeenkomst inzake watergebieden van internationale betekenis, in het bijzonder als verblijfplaats van watervogels (Trb. 1975,84);
CITES-Verdrag: de op 3 maart 1973 te Washington tot stand gekomen Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dieren plantensoorten, met bijlagen (Trb, 1975,23);
Bonn-Conventie: het op 23 juni 1979 te Bonn tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten, met bijlagen (Trb. 1981,6);
SPAW-Protocol: het op 18 januari 1990 te Kingston getekende Protocol betreffende de bijzondere beschermde gebieden en de in de natuur levende dieren en planten, met bijlagen (Trb.1990, 115), behorende bij het op 24 maart 1983 te Cartagena de Indias gesloten Verdrag inzake de bescherming en ontwikkeling van het mariene milieu in het Caribisch gebied (Trb. 1983,152);
Biodiversiteitsverdrag: het op 5 juni 1992 te Rio de Janeiro tot stand gekomen verdrag inzake biologische diversiteit (Trb. 1992,164);
Zeeschildpaddenverdrag: het op 1 december 1996 te Caracas tot stand gekomen Inter-Amerikaans Verdrag inzake de bescherming en het behoud van zeeschildpadden (Trb. 1999,45);
gebruik van een natuurpark: alle vormen van gebruik van een natuurpark, waaronder begrepen het zich in of op een natuurpark bevinden en het gebruik van de in het park aanwezige voorzieningen, zoals meerboeien en pieren;
inheemse flora en fauna: van nature binnen het eilandgebied Bonaire en territoriale-, kust- en binnenwateren voorkomende dieren en planten;
specimens: levende of dode dieren of planten alsmede alle delen van dieren en planten en producten hiervan;
verhandelen: te koop vragen, te kopen ofte verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te huren ofte verhuren of tentoon te stellen voor handelsdoeleinden;
soort: soort, ondersoort, een geografisch geïsoleerde populatie of kruisingen van soorten;
landsverordening: Landsverordening grondslagen natuurbeheer en -bescherming (P.B. 1998, no. 49, zoals laatstelijk gewijzigd bij landsverordening van 15 maart 2001, P.B. 2001, no. 41);
landelijke commissie: Commissie natuurbeheer en bescherming, bedoeld in artikel 3 van de landsverordening;
eilandelijke commissie: Commissie natuurbeheer Bonaire, bedoeld in artikel 3 van deze verordening.

2.
De geldende tekst van het Verdrag van Ramsar, het CITES-Verdrag, de Bonn-Conventie, het SPAW-Protocol, het Biodiversiteitsverdrag en het Zeeschildpaddenverdrag ligt voor een ieder ter inzage op een door het bestuurscollege aangewezen plaats.

Artikel 2
Deze eilandsverordening is van toepassing op het gehele grondgebied van het eilandgebied tot aan de buitengrens van de territoriale wateren, inclusief de kust- en binnenwateren. 

Artikel 3
1.
Er is een Commissie natuurbeheer Bonaire.

2.
De eilandelijke commissie heeft tot taak het bestuurscollege desgevraagd of uit eigen beweging van advies te dienen over maatregelen ter uitvoering van deze eilandsverordening en natuurbeheer in het algemeen.

3.
De eilandelijke commissie bestaat uit ten minste 3 en ten hoogste 9 leden waaronder een voorzitter. De leden worden benoemd door het bestuurscollege op grond van hun deskundigheid op een of meer terreinen waarover deze verordening handelt. De commissieleden stellen onderling een taakverdeling vast en benoemen een voorzitter uit hun midden. Een lid van de eilandelijke commissie wordt tevens benoemd in de landelijke commissie.

4.
Het bestuurscollege kan een vergoeding toekennen aan de leden van de eilandelijke commissie voor het bijwonen van vergaderingen van de eilandelijke commissie. Een vergoeding kan slechts toegekend worden aan leden die niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuurscollege.

5.
Voorzover nodig stelt het bestuurscollege voor de werkwijze van de commissie een reglement vast.

 Paragraaf II BESCHERMING VAN GEBIEDEN

Artikel 4
1.
De instelling van een natuurpark als bedoeld in artikel 10 van de landsverordening geschiedt bij eilandsverordening en gaat vergezeld van:

2. een kaart, waarop de begrenzing van het gebied nauwkeurig wordt aangegeven en

3. een toelichting, waarin in elk geval wordt vermeld welke de wezenlijke kenmerken van het natuurpark zijn en op welke wijze de instandhouding en de doelstelling van het natuurpark worden verwezenlijkt.

4. .
Binnen een natuurpark als bedoeld in het eerste lid kunnen bij of krachtens eilandsverordening zones worden ingesteld.

5. 
Aansluitend aan de grenzen van een natuurpark kunnen bij of krachtens eilandsverordening bufferzones worden ingesteld.

6. 
Het bestuurscollege hoort de eilandelijke commissie over het ontwerp voor de instelling van een natuurpark of bufferzone.

Artikel 5
1.
Voordat tot instelling van een natuurpark of bufferzone wordt overgegaan, houdt het bestuurscollege op een door het bestuurscollege te bepalen plaats een openbare hoorzitting, waarop het ontwerp voor de instelling van het natuurpark of de bufferzone wordt gepresenteerd en de aanwezigen in de gelegenheid worden gesteld hun mening over het ontwerp kenbaar te maken. Het bestuurscollege kan zich laten bijstaan door deskundigen.

2.
Plaats en tijdstip van de hoorzitting worden minstens 7 dagen tevoren in één of meer plaatselijke dagbladen en voorts op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze in de Nederlandse, Papiamentse en Engelse taal bekend gemaakt.

Artikel 6
1.
Het ontwerp ligt vanaf de dag van de hoorzitting, bedoeld in artikel 5, eerste lid, gedurende 30 dagen voor een ieder op een door het bestuurscollege bekendgemaakte plaats ter inzage.

2.
De terinzagelegging wordt bekend gemaakt op de in artikel 5, tweede lid, bepaalde wijze. De bekendmaking houdt mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van bedenkingen. Zij die rechten kunnen doen gelden ten aanzien van het als natuurpark of bufferzone aan te wijzen gebied of delen daarvan zullen voorzover zij bekend zijn bij het bestuurscollege schriftelijk van de terinzagelegging en bekendmaking in kennis worden gesteld.

3.
Een ieder kan binnen de in het eerste lid genoemde termijn schriftelijk bedenkingen indienen bij de eilandsraad.

Artikel 7
1.
De eilandsraad beslist binnen 60 dagen na afloop van de in artikel 6, eerste lid bedoelde termijn omtrent de instelling van het natuurpark of de bufferzone. Indien overeenkomstig artikel 6, derde lid, bedenkingen zijn ingediend, beslist de eilandsraad binnen 120 dagen. De eilandsraad kan de vaststelling voor ten hoogste eenzelfde termijn verlengen.

2.
Indien bij de instelling van het natuurpark of de bufferzone wordt afgeweken van het ontwerp, wordt de beslissing van de eilandsraad met redenen omkleed.

3.
Personen die bedenkingen hebben ingediend worden van de beslissing schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 8
1.
Het beheer van een natuurpark berust bij het bestuurscollege. Het bestuurscollege is bevoegd bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, een andere instantie met het beheer te belasten.

2.
Het bestuurscollege stelt na overleg met hen, die rechten kunnen doen gelden ten aanzien van het als natuurpark aangewezen gebied of delen daarvan, voor dat gebied of een deel daarvan een beheersplan op, dat het behoud of het herstel van de natuur of van de natuurwaarden van het natuurpark ten doel heeft.

3.
Bij of krachtens eilandsverordening worden beheersmaatregelen met betrekking tot een of meer natuurparken vastgesteld. Deze beheersmaatregelen bevatten in ieder geval bepalingen met betrekking tot:
a. de toegang tot en het overige gebruik van het natuurpark;
b. 
het verrichten van handelingen binnen het natuurpark;
c. de in het natuurpark voorkomende soorten als bedoeld in de artikelen 11, 12 en 13 van de landsverordening.

4.
Bij of krachtens eilandsverordening kunnen beheersmaatregelen worden vastgesteld voor de bufferzones, voor zover dit noodzakelijk is ter voorkoming van schade voor de natuur of de natuurwaarden van een natuurpark of ter voorkoming van ontsiering van een natuurpark.

5.
Het bestuurscollege hoort de eilandelijke commissie alvorens een beheersplan als bedoeld in het tweede lid of beheersmaatregelen als bedoeld in het derde of vierde lid vast te stellen.

6.
De beheerder, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd aanwijzingen te geven in het belang van de bescherming van het natuurpark. Een ieder is verplicht deze aanwijzingen stipt op te volgen.

 Artikel 9
1.
Het bestuurscollege kan bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, aan gebruikers of personen of bedrijven die bij het gebruik van een natuurpark betrokken zijn, een heffing opleggen.

2.
De opbrengsten van de heffingen, bedoeld in het eerste lid, worden ter beschikking gesteld aan de beheerder van het natuurpark, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en worden aangewend voor het beheer van het natuurpark of natuurparken.

3.
Het bestuurscollege kan besluiten de inning door of namens de beherende instantie te laten geschieden.

4.
De beherende instantie legt vóór 1 juli rekening en verantwoording af aan het bestuurscollege over het beheer van het natuurpark en de besteding van de gelden in het afgelopen jaar.

Artikel 10
1. 
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege of in strijd met de bij die vergunning gestelde voorschriften handelingen te verrichten, te doen verrichten ofte gedogen:
a. die schadelijk kunnen zijn voor de natuur of de natuurwaarden van een natuurpark of die een natuurpark ontsieren;
b. 
die strijdig zijn met de regels, bedoeld in het vierde lid.

2.
 Als schadelijk voor de natuur of natuurwaarden van een natuurpark worden in ieder geval aangemerkt:
a. handelingen die de wezenlijke kenmerken van een natuurpark, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, kunnen aantasten;
b. handelingen die strijdig zijn met het beheersplan, bedoeld in artikel 8, tweede lid;
c. 
handelingen die strijdig zijn met de beheersmaatregelen bedoeld in artikel 8, derde en vierde lid.

3. 
Geen vergunning is vereist voor handelingen die zijn voorzien in een beheersplan als bedoeld in artikel 8, tweede lid.

4. 
In het belang van de handhaving van de bij of krachtens deze eilandsverordening gestelde regels of met het oog op verwezenlijking van de doelstellingen van deze eilandsverordening, kunnen bij of krachtens eilandsverordening regels worden gesteld omtrent andere handelingen dan bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a.

5.
 Bij eilandsverordening kan worden bepaald dat het bestuurscollege geen vergunning als bedoeld in het eerste lid kan verlenen voor het verrichten, doen verrichten of gedogen van bij eilandsverordening aangewezen handelingen als bedoeld in het eerste lid.

 Paragraaf III BESCHERMING VAN DIER- EN PLANTENSOORTEN

 Artikel 11
1.
 Als beschermde dier- en plantensoorten worden aangewezen alle dier- en plantensoorten die vermeld zijn in bijlage 1 van het CITES-Verdrag, bijlage 1 van de Bonn-Conventie, bijlagen 1 en 2 van het SPAW-Protocol en bijlage 1 van het Zeeschildpaddenverdrag.

2.
 Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen ook andere dier- en plantensoorten, anders dan die bedoeld in het eerste lid, die behoren tot de inheemse flora en fauna worden aangewezen als beschermde dier- en plantensoorten.

3.
 Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen beheersmaatregelen worden vastgesteld voor alle beschermde dier- en plantensoorten als bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede voor soorten vermeld in bijlage 3 van het SPAW protocol.

4.
 Het bestuurscollege hoort de eilandelijke commissie alvorens een besluit als bedoeld in het tweede of derde lid vast te stellen.

Artikel 12
Het is verboden specimens van een beschermde plantensoort uit te steken, te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen, te beschadigen of te vernielen.

Artikel 13
1. 
Het is verboden specimens van een beschermde diersoort te vangen, te doden, te vernielen, te verhandelen of te verzamelen.

2. 
Het is verboden zonder noodzaak een dier, behorende tot een beschermde diersoort, te verontrusten of zijn nest, hol of voortplantings- of rustplaats te verstoren dan wel te beschadigen of te vernielen, alsmede een nest van een zodanig dier te bemachtigen.

3.
 Het is verboden om levende dieren, behorende tot een beschermde diersoort, onder zich te hebben.

4. 
Het is verboden eieren van dieren, behorende tot een beschermde diersoort, opzettelijk te vernielen, te rapen of onder zich te hebben.

Artikel 14
Het is verboden specimens van niet-inheemse of genetisch gewijzigde dier- en plantensoorten in de natuur uit te zetten.

 Artikel 15

1.
 Door of namens het bestuurscollege kan, na de eilandelijke commissie gehoord te hebben, ontheffing worden verleend van de artikelen 12 tot en met 14.

2.
 Een ontheffing van de artikelen 12 en 13 wordt slechts verleend indien geen bedreiging bestaat voor het voortbestaan van de beschermde dier- en plantensoorten en indien de ontheffing noodzakelijk is met het oog op:
a. wetenschaps-, vormings- of beheersdoeleinden;
b. 
het voortbestaan van beschermde dier- en plantensoorten;
c. de voorkoming van aanzienlijke schade aan bossen of gewassen;
d. plaatselijke culturele behoeften of
e. het voortbestaan van traditionele bestaansmogelijkheden.

3. 
Een ontheffing van artikel 14 wordt slechts verleend indien er geen bedreiging bestaat voor de inheemse flora en fauna.

Paragraaf IV OVERIGE REGELS TER BESCHERMING VAN DE NATUUR

 Artikel 16
1.
Het is verboden bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, aangewezen activiteiten, die ernstige nadelige gevolgen kunnen hebben voor de natuur of de natuurwaarden van het eilandgebied, of die het landschap in ernstige mate kunnen ontsieren, zonder vergunning van het bestuurscollege te ondernemen.

2.
De aanvraag van een vergunning als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van een milieueffectrapport, dat is opgesteld in overeenstemming met de procedure zoals vastgesteld in het eilandsbesluit bedoeld in het eerste lid en voldoet aan de in dat besluit vastgestelde vereisten omtrent de inhoud van het rapport,

3.
Het bestuurscollege hoort de eilandelijke commissie alvorens een besluit als bedoeld in het eerste lid vast te stellen.

Artikel 17
1.
Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het vangen van en jagen op dieren, behorende tot een niet-beschermde diersoort, alsmede ten aanzien van de middelen waarmee zulks mag geschieden.

2.
Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het kappen, verwijderen, snoeien, vernielen en rooien van planten, behorende tot een niet-beschermde plantensoort.

3.
Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het bestrijden van dieren en planten die schadelijk kunnen zijn voor de natuur of de natuurwaarden van het eilandgebied.

4.
Het bestuurscollege hoort de eilandelijke commissie alvorens een besluit als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid vast te stellen.

Paragraaf V SCHADEVERGOEDING

 Artikel 18
1.
Voor zover een belanghebbende ten gevolge van de aanwijzing van een gebied als natuurpark of bufferzone, of ten gevolge van de vaststelling van een beheersplan bedoeld in artikel 8, schade lijdt of zal lijden dan wel aan het beheersplan kosten verbonden zijn die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen, en een minnelijke regeling ter zake van een vergoeding van de schade of de kosten niet kan worden bereikt, kan hem op zijn verzoek door het bestuurscollege een naar billijkheid te bepalen vergoeding uit de eilandskas worden toegekend.

2.
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid moet binnen vijfjaar nadat de aanwijzing van een gebied als natuurpark of bufferzone, of de vaststelling van een beheersplan onherroepelijk is geworden, schriftelijk bij het bestuurscollege worden ingediend. In het verzoek wordt de aard van de schade vermeld alsmede, indien mogelijk, de omvang van de schade.

3.
Het bestuurscollege neemt, na de eilandelijke commissie gehoord te hebben, uiterlijk binnen 60 dagen na ontvangst van het verzoek een beslissing omtrent de vergoeding.

 Paragraaf VI VERGUNNINGEN, ONTHEFFINGEN EN RECHTSBESCHERMING

Artikel 19
1.
De aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 of artikel 16 eerste lid, of een ontheffing als bedoeld in artikel 15 wordt schriftelijk ingediend bij het bestuurscollege. De aanvrager is verplicht alle inlichtingen te verschaffen en alle bescheiden te overleggen die nodig zijn ter beoordeling van de aanvraag.

2.
Het bestuurscollege kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte inlichtingen en bescheiden onvoldoende zijn voor beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag. Het bestuurscollege kan een dergelijk besluit slechts nemen, indien de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuurscollege gestelde termijn aan te vullen.

3.
De aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 of artikel 16, of een ontheffing als bedoeld in artikel 15 en de daarbij behorende bescheiden ligt gedurende 14 dagen voor een ieder op een door het bestuurscollege bekend gemaakte plaats ter inzage.

4.
De terinzagelegging wordt bekend gemaakt op de in artikel 5, tweede lid bepaalde wijze. De bekendmaking houdt mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van bedenkingen.

5.
Belanghebbenden kunnen binnen de in het derde lid vermelde termijn schriftelijk bedenkingen indienen bij het bestuurscollege.

6.
Het derde tot en met vijfde lid is niet van toepassing op bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, bepaalde categorieën aanvragen.

7.
Het bestuurscollege neemt, na de eilandelijke commissie gehoord te hebben, uiterlijk 90 dagen na ontvangst van de aanvraag een beslissing omtrent verlening van de vergunning of ontheffing.

8.
Het bestuurscollege kan de termijn, bedoeld in het zevende lid, ten hoogste eenmaal met 30 dagen verlengen. De aanvrager wordt van de verlenging schriftelijk in kennis gesteld. Indien toepassing is gegeven aan het derde tot en met vijfde lid worden belanghebbenden die bedenkingen hebben ingediend schriftelijk van de beslissing in kennis gesteld. Indien geen toepassing is gegeven aan het derde tot en met vijfde lid wordt de beslissing op de aanvraag bekendgemaakt op de in artikel 5, tweede lid, bepaalde wijze.

9.
Aan vergunningen of ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden. De vergunningen of ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend.

10.
Een vergunning of ontheffing wordt schriftelijk verleend.

11.
Voor de afgifte van een vergunning of ontheffing is een vergoeding verschuldigd. De hoogte van dit bedrag wordt bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, vastgesteld.

Artikel 20
1.
Het bestuurscollege kan een vergunning of ontheffing intrekken indien:
a. de vergunning of ontheffing op grond van, door de aanvrager verstrekte, onjuiste of onvolledige inlichtingen is verleend;
b. wordt gehandeld in strijd met de voorschriften of beperkingen waaronder de vergunning of ontheffing is verleend; of
c. 
gelet op de beoogde te beschermen belangen, wijziging van omstandigheden, inzichten of wetgeving hiertoe aanleiding geven.

2.
Het bestuurscollege zal niet overgaan tot intrekking van een vergunning dan na de vergunninghouder en de eilandelijke commissie gehoord te hebben, dan wel hen hiertoe in de gelegenheid te hebben gesteld.

Artikel 21
Voor degenen die bij de eilandsraad tijdig bedenkingen hebben ingediend tegen het ontwerp voor de instelling van een natuurpark of bufferzone, en voor degenen die conform artikel 18 een verzoek tot vergoeding van schade of kosten hebben ingediend, staat tegen de beschikking van de eilandsraad of het bestuurscollege binnen zes weken na de dag waarop deze is gegeven, beroep open bij het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen.

 Artikel 22
De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht deze op eerste vordering van een ambtenaar of persoon die belast is met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze eilandsverordening te tonen aan deze ambtenaar of persoon.

 Paragraaf VI l SLOTBEPALINGEN

Artikel 23
Het bepaalde in artikel 13, derde lid, is niet van toepassing ten aanzien van onder toezicht van het bestuurscollege geringde exemplaren van de soort Amazona barbadensis (lora).

Artikel 24
1.
 De Verordening marien milieu (A.B. 1991, no, 8) wordt ingetrokken met ingang van het tijdstip waarop bij eilandsverordening als bedoeld in artikel 4, het gebied dat op grond van de Verordening marien milieu het onderwaterpark vormt, wordt aangewezen als natuurpark.

2.
 Bij het aanwijzen als natuurpark als bedoeld in artikel 4, van het gebied dat conform artikel 1a van de Verordening marien milieu het onderwaterpark vormt, zijn de artikelen 5, 6, 7,18 en 21 niet van toepassing.

 Artikel 25
[wijzigt artikel 1 van de de Verordening marien milieu (A.B, 1991, no. 8)]

 Artikel 26
De Natuurbeschermings- en monumentenverordening 1967 (A.B. 1967, no. 7) en de Verordening schadelijke planten (A.B. 1991, no. 25) worden ingetrokken.

 Artikel 27
1.
 De in de artikelen 8, zesde lid, 10, eerste lid, 12, 13 en 14 omschreven verplichtingen en verboden worden aangemerkt als voorschriften en verboden als bedoeld in artikel 33, eerste en tweede lid, van de landsverordening.

2.
Handelingen in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 11, derde lid, artikel 16, eerste lid, en artikel 19, negende lid, worden gelijkgesteld met handelingen in strijd met de in het eerste lid bedoelde verplichtingen en verboden .

3.
Handelingen in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 10, vierde lid, artikel 17 en artikel 22 worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.

Artikel 28
Deze eilandsverordening wordt aangehaald als: Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire.

Artikel 29
Deze eilandsverordening treedt in werking de dag na afkondiging.

 

Explanation Island Ordinance Nature Management Bonaire

wapen_van_bonaire_1_11648
Bonaire Law

Download document

NOTE: This translation of the Explanatory Memorandum of the Bonaire Nature Conservation Island Ordinance has been prepared to assist interested parties to understand the content of this legislation. ONLY the original Dutch legislation should be used to resolve legal matters.

ISLAND COUNCIL OF THE TERRITORY OF BONAIRE

Island Ordinance for the protection and conservation of nature and the species of flora and fauna contained therein, amending the Marine Environment Ordinance (A.B. 1991, no. 8), repealing the Environment and Monument Protection Ordinance1967 (A.B. 1967, no. 7) and Repealing the Harmful Plants Ordinance (A.B. 1991, no. 25) (Bonaire Nature Conservation Island Ordinance).

2008, EXPLANATORY MEMORANDUM, No. 3.

THE ISLAND COUNCIL OF THE ISLAND TERRITORY OF BONAIRE

1. General Information

The National Nature Conservation Ordinance (PB 1998, no. 49) provides integrated legislation in the area of nature conservation and protection of flora and fauna at the national level. The national ordinance also implements a number of treaties that the Netherlands Antilles wishes to be, or already is, party to. These treaties are mentioned in Article 1, paragraph 1 of the National Ordinance and Article 1, paragraph 1 of the Bonaire Nature Conservation Island Ordinance.

The National Ordinance offers a general framework for nature management and conservation. Further development of nature policy, as well as the concrete legal design and the practical implementation of such, are primarily an insular matter. In the aforementioned National Ordinance, the island governments are asked to implement the aforesaid treaties, to establish national parks and to ensure the protection and the management of the species which are mentioned in the appendices of those treaties. The Island Territory of Bonaire has adopted the relevant policy resolutions in the Nature Policy Plan 1999-2004.

The Island Ordinance serves to adopt the required legislation for the Island Territory of Bonaire. The Island Ordinance has, however, a larger scope than solely implementing the treaties as required by the National Ordinance. The Island Ordinance provides the possibility, in general, to designate protected areas and does not limit itself only to the areas that require special protection pursuant to the Ramsar Convention, the SPAW-Protocol or the Sea Turtle Convention. Furthermore, the prohibitions set forth in the Island Ordinance not only are applicable to species protected by the Bonn-Convention, the SPAW-Protocol or the Sea Turtle Convention, but also to species designated by Island Resolution Containing General Measures. Consequently, the ordinance, taken as a whole, provides an integrated legal framework for the protection of areas and of flora and fauna on the Island Territory of Bonaire.

Chapter 5 of the National Ordinance contains a regulation for management and enforcement that also is applicable to the Island Territories . The Executive Council must to this end appoint the officials or designated persons who will be charged with supervision and enforcement within the framework of the established regulations pursuant to this Island Ordinance.

Chapter 6 of the National Ordinance regulates the competence for applying administrative coercion or for imposing of a fine. This competence belongs to both the Minister of Public Health and Social Development as well as to the Executive Council, concerning the obstruction of island regulations regarding implementation of the National Ordinance. Furthermore, Chapter 6 of the National Ordinance contains a measure for penalty for non- compliance with prohibitions outlined in island regulations. This means that any illegal act prohibited by the underlying Island Ordinance can be penalized by either imprisonment up to a maximum period of 6 years, or by a fine up to NAF 1.000.000 or both. This way, much higher sanctions can be imposed than are possible by Island Ordinance. In regard to three exceptions, reference is made to the explanatory note to article 26.

Furthermore, the island ordinance contains a transition provision in the event that the area which , until now ,forms the Marine Park pursuant to the Marine Environment Ordinance (A.B. 1991, no 8) is later established as a protected area pursuant to this ordinance. In such event the Marine Environment Ordinance will be repealed. Article 24 contains a provision to amend the Marine Environment Ordinance, thus avoiding the chance that, when the underlying ordinance becomes effective, there will be two Commissions which, to a large extent, would have the same duties. The Environment and Monument Protection Ordinance 1967 (A.B. 1967, no. 7) as well as the Harmful Plants Ordinance (A.B. 1991, no. 25) will equally be repealed.

The appeals procedure is regulated in the National Ordinance Administrative Procedures (P.B. 2001, no. 79). In regard to two exceptions, reference is made to the explanatory note to Article 21.

2. Explanatory Notes to the Articles

Article 1
The definition of “party concerned” is limited to the one directly affected in his interest by a decision or future decision. In view of endemic (sub)species, the definition “native flora and fauna” limits itself to the territory of- and the waters surrounding Bonaire. The definitions of the various conventions are identical to those set forth in the National Nature Conservation Ordinance. The definitions of “Executive Council”, “Island Council” and “native flora and fauna” are equally derived from the previously mentioned National Ordinance. The definition of “use of a protected area” indicates that it also includes just presence in or on the park and usage of the facilities of the park such as buoys.

Paragraph 2 contains indications where, if so desired, one can find the texts of the applicable conventions and protocols and particularly the appendices.

Article 2
This article provides clarity on the boundaries of the areas to which the Ordinance applies. This applies especially in the case of protection of marine organisms and establishment of marine parks. As such, it is possible to extend the Bonaire National Marine Park up to the territorial boundary of 12 nautical miles from the coast.

Article 3
This article establishes the Nature Conservation Commission Bonaire. This Commission advises the Executive Council either on request or on its own initiative, regarding the implementation of the Island Ordinance and nature conservation in general. Several articles of the Island Ordinance require the Executive Council to hear the Commission. One of the Commission members will also be appointed to take a seat in the National Nature Conservation Commission. The Nature Conservation Commission Bonaire takes over the duties of the Marine Environment Commission.

Article 4
This article provides specific rules for establishing protected areas by the Island Council. Article 10, paragraph 1, of the National Ordinance mandates this. Articles 11, 12 and 13 of the National Ordinance require the Island Council to establish management measures regarding the conservation of species, which enjoy protection under the Sea Turtle Convention, the Bonn Convention and the SPAW Protocol. These Conventions also require protection of the habitats of these species. The point of departure for the regulations must be conservation of the areas as well as the effectiveness of the management measures. The definition for Protected Area used here is in accordance with the classification of the World Conservation Union (IUCN). In the Environmental Policy Plan Bonaire 1999-2004 differentiation is made between strict nature reserves, national parks, nature monuments, island nature areas and protected landscapes.

Paragraph 2 stipulates that within a protected area, zones can be designated. Zoning makes it possible to create areas for different activities that are practiced in a protected area in such a manner that the least possible damage is inflicted on the ecological values of a park.

Buffer zones, which can be established pursuant to paragraph 3, may be necessary to avoid activities that take place outside of the boundaries of the protected area that have detrimental consequences for the protected area.

The Executive Council is obliged, pursuant to paragraph 4, to hear the Island Commission regarding the establishment of a protected area or a buffer zone.

Article 5-7
These articles establish procedures to designate a protected area and, if necessary, to specify buffer zones. Considering the importance of such actions for the Island Territory and its inhabitants, and considering the possible restrictions regarding usage that can result from the establishment of a protected area and/or buffer zone, a procedure is provided which allows any one to first voice his/her opinion regarding a proposal to establish a protected area and/or buffer zone. This opportunity takes place through public hearing. Article 6, paragraph 3, also allows any one to submit an objection to the Island Council regarding a proposal for the establishment of a protected area or buffer zone. These articles, however, do not apply in the case if the area that forms the Marine Park by virtue of the Marine Environment Ordinance (A.B. 1991 no. 8) is designated as a protected area.

Article 8
This article forms the legal framework for the management of the protected area. In view of the administrative responsibilities, the management of the protected area in principle lies with the Executive Council. The Executive Council can, however, delegate this authority to a third party.

Paragraph 2 requires the creation of a Management Plan. A Management Plan provides a more elaborate description of the manner in which the protected area will be managed. The plan will also include activities such as research, enforcement, education and communication. Where applicable, the Management Plan will be determined in consultation with the owners and others that are entitled to assert rights over the protected area or parts thereof.

Pursuant to paragraph 3, management measures for a protected area must be decreed. These management measures must, at a minimum, include provisions regarding the protection of the habitats of species that are protected by the Sea Turtle Convention, the Bonn Convention and the SPAW Protocol. This requirement stems from Articles 11, 12 and 13 of the National Ordinance. Furthermore, these management measures must contain specific rules concerning access to a protected area, other use of the protected area, and activities within the protected area. The management measures may, however, also include regulations for safety and enforcement.

Violation of management measures pursuant to Article 8, paragraph 3, is according to Article 10, prohibited without a permit.

Paragraph 4 offers the possibility to establish management measures regarding buffer zones designated pursuant to Article 4, paragraph 3 in case it is necessary to prevent damage to the protected area or marring of the landscape of the protected area. Violation of the management measures regarding buffer zones is equally illegal without a permit pursuant to Article 10.

Article 9
Article 9 offers the possibility to impose a fee on users of a protected area or companies and persons who are involved in its use.

The revenues collected from the user fees are made available to the Manager of the protected area and are to be used to cover the costs of the management of the protected area. Costs of management are understood to include costs for research, maintenance, education and communication.

It should be noted that paragraph 2 is written in such a manner that it is possible for a Manager with several protected areas under his/her supervision, to use the collected revenue from one protected area towards the management of another protected area.
The Executive Council can decide to let the Manager collect the user fees or it can have a third party collect the fees on behalf of the Manager. In regard to the management of the protected area and in regard to the expenditure of the collected revenue, the Manager is required, in accordance with paragraph 4, to render an accounting annually.

Article 10
Article 10, paragraph 1, contains general prohibitions regarding the protected area.

Paragraph 1, Section a, forbids any activities to be carried out, ordered, or tolerated without a permit, that can be detrimental to the nature or ecological values or that can mar the landscape of a protected area. Paragraph 2 dictates which activities are, at a minimum, considered to be harmful. Such activities include but are not limited to those that can damage the essential characteristics of the protected area and activities that violate the management measures or the Management Plan for the protected area.

Note should be taken that Paragraph 1, Section a, is written in such a manner that activities taking place outside of the protected area may also require a permit.

Paragraph 1, Section b, prohibits any activities to be carried out, ordered, or tolerated without a permit that violate the regulations as set out in paragraph 4. In accordance with paragraph 4, regulations can be established for activities that are not hazardous to the environment but which are desirable for effective enforcement of the Island Ordinance, or for achieving the objectives of the Island Ordinance. In case a protected area contains water, it may be necessary for conservation of ecological values to prohibit certain fishing methods. For effective enforcement, however, it could be desirable not only to prohibit fishing with certain gear but also to prohibit possession of such gear inside the protected area. Article 10, Paragraph 4 can provide a basis for such regulations.

Paragraph 3, stipulates that no permit is needed for activities that are listed in the Management Plan in accordance with Article 8, paragraph 2.

Paragraph 5 gives the Island Council authority to designate activities as indicated by paragraph 1 and to decree that the Executive Council may not allow such activities by issuing a permit. Hence this forms the basis to prohibit activities for which no permit can be granted.

Article 11
In accordance with paragraph 1, several species of flora and fauna are defined as protected species. Such protected species are those listed in specific appendices of the CITES Convention, the Bonn Convention, the SPAW-Protocol, and the Sea Turtle Convention. By designating these species as protected species, the prohibitions stipulated in Articles 12 and 13 become applicable, and thus implement the obligations set forth in the Bonn Convention and the Sea Turtle Convention concerning the species mentioned in annex 1 of the Bonn Convention and annex 1 of the Sea Turtle Convention. Both Conventions stipulate that measures be taken to protect the aforementioned species.

Paragraph 2 provides the possibility, in addition to paragraph 1, to designate other plant and animal species belonging to the native flora and fauna, as protected species.

Paragraph 3 provides the basis to establish management measures for all plant and animal species present on the island that have been designated as protected species pursuant to paragraphs 1 and 2.

Paragraph 4 requires the Executive Council to request advice from the Island Commission prior to decreeing an Island Resolution as intended in paragraph 2 or 3.

Article 12 – 14
Articles 12 and 13 set forth prohibitions regarding specimens belonging to animal or plant species designated as protected pursuant to Article 11.
These prohibitions are derived from the relevant conventions and protocols and, together with the trade prohibitions contained in the National Ordinance, provide, a sound prohibitory framework. The use of the word “specimens” implies that the prohibition is applicable to living and dead animals and plants as well as to all parts of animals and plants. In Article 13, paragraph 4 a separate provision is set forth regarding the eggs of animals belonging to a protected species.

An important threat to native species, particularly in the case of islands, is the introduction of exotic species. Article 14, prohibits the introduction of such species or genetically modified species into nature.

Article 15
Paragraph 1 makes it possible for the Executive Council to provide exemptions from Article the provisions of Articles 12 through 14. The Island Commission advises on decisions about granting exemptions.

Paragraph 2 sets forth the criteria for an exemption from the provisions of Articles 12 and 13. An exemption from these prohibitions is only possible if there is no danger to the survival of the protected species. Furthermore, a strong reason is required in order to allow an exemption. Subsections a through e, provide a limiting list of such reasons for an exemption.

Paragraph 3 sets forth the criteria for an exemption from the prohibition set forth in Article

14. Article 14 aims to avoid contamination of fauna. Therefore, exemptions are only permitted if the introduction of animals pursuant to Article 14 does not pose any threat to the native flora and fauna.

Article 16
Article16 requires that an Environmental Impact Assessment in connection with certain activities that, due their potential for seriously damaging consequences for nature or landscape of the Island Territory of Bonaire, including areas outside of the protected areas or buffer zones, are not allowed without a permit from the Executive Council. Paragraph 1 obligates the Executive Council by Island Resolution Containing General Measures to determine these activities.
Paragraph 2, by means of Island Resolution Containing General Measures, offers the basis for the specific regulations regarding the content of the Environmental Impact Assessment and the procedures to be followed when preparing one.

Article 16, Paragraph 3 prescribes that an Island Resolution as referred to in this Article, requires advice from the Island Commission.

Article 17
The Island Ordinance contains a general framework for the management and conservation of nature on Bonaire. It is not only desirable to establish rules for the protection of animal and plant species, but it is also desirable to take measures regarding the hunting and capture of unprotected animals as well as measures for the chopping down, destroying, trimming and digging up of unprotected plants. Such measures could be necessary in view of nature conservation. Article 17, Paragraphs 1 and 2 authorize this possibility. In accordance with Paragraph 3, specific measures can be established with regard to the control of animals and plants that could be harmful to the native flora and fauna or other ecological values. With this in mind, Article 26 repeals the existing Harmful Plants Ordinance (A. B 1991, no.25). The island resolutions referred to in Article 17 also require that advice be obtained from the Island Commission.

Article 18
The consequences resulting from the establishment of a protected area or buffer zone can be serious. Therefore, it is possible that a concerned party, such as someone having a commercial interest, could suffer damages. Similar to the circumstances in which restitution may be granted within the framework of spatial planning if there is damage that results from such planning, , the present Article provides a possibility for compensation to a concerned party. In practice it has been shown that there is a need to connect this possibility of compensation to a period of limitation. Not all damage will be compensated; it must be the type of damage that, in fairness, should not or should not completely be borne by the concerned party.

There is also a provision for possible compensation for damages that could result from conservation management measures if such damage carries costs or expenses that, in fairness, should not or should not completely be borne by the owner or user.

Articles 19 and 20
These Articles contain regulations regarding the granting of permits as outlined in Article 10, Paragraph 1, the withdrawal of permits as outlined in Article 16, Paragraph 1 and the granting of exemptions as outlined in Article 15 Paragraph 1.

According to these Articles, an applicant is required to provide all the information and documents necessary to assess the application. Based on Article 18 Paragraph 2, the Executive Council can decide not to consider an application if the submitted information and the supporting documentation are insufficient to assess the application or are insufficient to prepare a decision on the application. However, before the Executive Council can so decide, the applicant must be given the opportunity to revise the application within a reasonable period of time as determined by the Executive Council.

If sufficient information and documentation is provided, the application will, in principle, be made available for public review and stakeholders will have the opportunity to submit objections to it prior to the Executive Council’s decision. According to Article 19, Paragraph 6, exemption to this procedure is possible. By Island Resolution Containing General Measures, application categories can be designated to which Paragraphs 3 through 5 are not applicable. In order to guarantee that third parties are able to take note of decisions regarding applications that are not available for public review, Article 19, Paragraph 8 stipulates that the decision about an application be published in one or more local newspapers as well as in the normal publications used for official announcements in Dutch and in Papiamento.

Article 21
Because the National Ordinance Administrative Procedures (A. B 2001, no 79) already provides a regulation regarding the possibility of objection and appeal, the Island Ordinance does not have a general provision. However, in two cases the possibility and manner of appeal is nevertheless regulated. One case involves designating a protected area or a buffer zone by the Island Council pursuant to the Island Ordinance including the decisions regarding objections made regarding the proposed designation. The second case involves the inability of the Executive Council and the stakeholders to agree about the level of compensation and reimbursement for expenses as outlined in Article 18. The reason for these cases relate to the particular character of the decisions and the manner in which such decisions have been reached.

Article 22
This Article obligates the holder of a permit or exemption to produce the permit or exemption immediately when requested by an official or person who is responsible for enforcing the regulations as set forth in or through this Island Ordinance.

Article 23
This Article contains a transition provision relating to the prohibition contained in Article 13, Paragraph 3 regarding the possession of Lora’s banded under supervision of the Executive Council.

Article 24
Bonaire already has a protected area established by Island Ordinance, specifically the Marine Park which is protected pursuant to the Marine Environment Ordinance (A.B 1991. No 8) and which, since 2001, includes Klein Bonaire. In order to avoid contradictory or overlapping measures between this Ordinance and the Marine Environment Ordinance, the Executive Council prefers to repeal the Marine Environment Ordinance. Everything that is presently regulated by the Marine Environment Ordinance (including the Island Regulations Containing General Measures based upon it) will be regulated by Island Resolution Containing General Measures for the implementation of the Bonaire Island Nature Conservation Ordinance.

The Marine Environment Ordinance will, however, only be repealed when that the area designated as the Marine Park by the Marine Environment Ordinance is again designated as a protected area by the Island Ordinance implementing the Bonaire Island Nature Conservation Ordinance.

In defining the area that currently forms the Marine Park as a protected area pursuant to the Island Ordinance, the regulations regarding the procedures will not be applied.

Article 25
The Island Ordinance, as well as the Marine Environment Ordinance, provides for a Commission intended to advise the Executive Council. To avoid the existence of two parallel Commissions that mainly have the same duties, Article 25 provides an amendment to the Marine Environment Ordinance. As a result of this amendment the Commission Nature Conservation Bonaire, as intended in this ordinance, will serve as the Commission that advises the Executive Council regarding the implementation of the Marine Environment Ordinance.

Article 26
As early as 1997, the Bonaire Executive Council already had established regulations concerning the conservation of areas and monuments with particular ecological or cultural values. These regulations were needed at the time to protect the flamingo population and the conserve the area that now forms Washington/Slagbaai Park. However, the regulations were never used because, among other things, the National Government of the Netherlands Antilles took the position that the regulation of this area was a federal affair. An amendment to the Island Regulation Netherlands Antilles (P.B. 1998 no.48) was needed to provide clarity regarding the question of authority. What the Nature and Monument Conservation Ordinance 1967 sought to regulate then is today regulated by other ordinances such as the National Nature Conservation Ordinance (P.B 1998, no. 49) and the National Monument Ordinance (P.B. 1985, no.55)

The Environment and Monument Protection Ordinance1967 is outdated and therefore needs to be repealed.
The Harmful Plants Ordinance (A.B. 1991, no.25) has become superfluous now that Article 17 of present Ordinance states that further rules can be established regarding the control of flora and fauna that can inflict damage on the nature and ecological values of the island territory. Therefore, the Harmful Plants Ordinance will also be repealed.

Article 27
The aim of this article is to further clarify the prohibitions stipulated by this Island Ordinance in view of penal enforcement. With regard to penal enforcement, provisions included in the Island Nature Ordinance implementing the requirements for the islands as required by the National Ordinance, it is the National Ordinance that is the defining legislation. Accordingly, the activities outlined in Paragraph 1 are punishable pursuant to Article 33 of the National Ordinance. The same applies to actions referred to in Paragraph 2. The actions in Paragraphs 1 and 2 are considered felonies if they are committed deliberately. Paragraph 3 imposes penalties for actions in violation of Article 10, Paragraph 4, Article 17 and Article22.
These Articles do not contain regulations that implement the National Ordinance, and thus, the actions referenced in this Article must have different penalties such as misdemeanors.

The Executive Council of the Island Territory of Bonaire

Governor,                 Secretary,

Island Ordinance Nature Management Bonaire

wapen_van_bonaire_1_11648
Bonaire Law

Download document

NOTE: This translation of the Nature Conservation Island Ordinance Bonaire has been prepared to assist interested parties to understand the content of this legislation. ONLY the original Dutch legislation should be used to resolve legal matters.

ISLAND COUNCIL OF THE ISLAND TERRITORY OF BONAIRE

Island Ordinance for the protection and conservation
of nature and the species of flora and fauna contained therein, amending the Marine Environment Ordinance (A.B. 1991, no. 8), repealing the Environment and Monument Protection Ordinance1967 (A.B. 1967, no. 7) and repealing the Harmful Plants Ordinance (A.B. 1991, no. 25) (Nature Conservation Island Ordinance Bonaire)

2008 No.

THE ISLAND COUNCIL OF THE ISLAND TERRITORY OF BONAIRE;

Considering that it is desirable to establish general rules for the protection and conservation of the native flora and fauna, and to enable the Netherlands Antilles to implement various treaties regarding the protection of flora and fauna, as well as the conservation of the biological diversity and the protection and management of eco-system and habitats:

Recognizing and regarding Articles 9 through 15 of the National Nature Conservation Ordinance (B.P. 1998, no. 49), as amended;

to adopt the following Island Ordinance:

HAS DECIDED

Section1 DEFINITIONS

Article 1
1. In this Island Ordinance and in the provisions on which it is based, it is understood:

Island Territory: Island Territory of Bonaire;

Executive Council: Executive Council of the Island Territory of Bonaire;

Island Council: Island Council of the Territory of Bonaire;

Party concerned: natural person or legal body that is directly affected in his interest by a decision or by a decision to be taken;

Ramsar Convention: the agreement reached on February 2, 1971 in Ramsar regarding wetlands of international importance, especially as waterfowl habitat (Trb. 1975, 84);

CITES-Convention: the agreement reached on March 3, 1973 in Washington, D.C., United States of America regarding the international trade of wildlife flora and fauna endangered species, including appendices (Trb. 1975, 23);

Bonn-Convention: the treaty, including its appendices, agreed on June 23, 1979 in Bonn,Germany on the conservation of migratory species of wild animals, (Trb. 1981, 6);

SPAW-Protocol: the Protocol, including its appendices, signed in Kingston, Jamaica regarding the specially protected areas and wildlife (Trb. 1990,115), which pertains to the treaty agreed on March 24, 1983 in Cartagena of the Indies regarding the protection and development of the marine environment in the Caribbean. (Trb. 1983, 152)

Biodiversity Convention: the treaty agreed on June 5, 1992 in Rio de Janeiro, Brazil regarding biodiversity (Trb. 1992, 164);

Sea Turtle Convention: the inter-American treaty agreed on December 1, 1996 in Caracas, Venezuela regarding the protection and conservation of sea turtles (Trb. 1999, 45);

Use of a protected area: all forms of use of a protected area, including presence in or on a protected area and usage of the provisions present in a protected area such as buoys and piers;

Native flora and fauna: flora and fauna that normally are found on the Island Territory of Bonaire and in its territorial coastal and inland waterways;

Specimens: living or dead flora or fauna as well as all components and products of these;

To trade: requesting to buy, to buy or to obtain, to have in stock or on supply with intent to sell, to sell or to offer for sale, to rent or to lease out or to exhibit for trade purposes.

Species: species, (sub)species; a geographically isolated population or hybrids.

National Ordinance: National Nature Conservation Ordinance (P.B. 1998, no 49, as recently amended by National Ordinance of March 15, 2001, PB. 2001, no. 41);

National Commission: National Nature Conservation Commission, as referred to in Article 3 of this Ordinance;

Island Commission; Nature Conservation Commission Bonaire, as referred to in Article 3 of this Ordinance.

2.The texts of the Ramsar Convention, the CITES Convention, the Bonn Convention, the SPAW Protocol, the Biodiversity Convention and the Sea Turtle Convention that are relevant to this ordinance are available for public inspection at a location designated by the Executive Council.

Article 2
This Island Ordinance applies to the entire territory of the Island Territory of Bonaire up to the external boundaries of the territorial waters including the coastal and inland waterways.

Article 3
1. There is a Nature Conservation Commission Bonaire.

2. The Island Commission has the task of advising the Executive Council on request, or by its own initiative, regarding regulations for the implementation of this Island Ordinance and nature conservation in general.

3. The Island Commission consists of at least 3 and at the most 9 members of which one is Chair. The Executive Council appoints the members on grounds of their expertise in one or more of the fields relevant to this ordinance. The Commission members determine together the division of tasks and they appoint from their midst the Chair. A member from the Island Commission is also appointed to take a seat in the National Commission.

4. The Executive Council has the authority to give an allowance to the members of the Island Commission for attending meetings of the Island Commission. An allowance can only be given to members that are not employed under the responsibility of the Executive Council.

5. If necessary, the Executive Council can establish a regulation regarding the operational procedure of the Commission.

Section II CONSERVATION OF AREAS

Article 4
1. The establishment of a protected area, as referenced in Article 10 of the National Ordinance, occurs through Island Ordinance and is accompanied by:

a. a map on which the boundaries of the area are specifically indicated and
b. documentation which, at a minimum, sets forth what the essential characteristics of the protected area are and the manner in which the conservation and the objective of the protected area will be attained.

2. Inside a protected area, as referred to in paragraph 1, zones can be designated by Island Ordinance.

3. Adjacent to the boundaries of the protected area, buffer zones can be designated by Island Ordinance.

4. The Executive Council hears the Island Commission regarding the design of the establishment of a protected area or a buffer zone adjacent to a protected area.

Article 5
1. Prior to the establishment of the protected area or buffer zone, a public hearing takes place at a location decided upon by the Executive Council. At the public hearing the proposal for the establishment of the protected area or of the buffer zone is presented and those present are given the opportunity to voice their opinion regarding the proposal. The Executive Council can decide to be assisted by experts.

2. The location and time of the hearing are advertised at least 7 days prior to the public hearing in one or more local newspapers and, moreover, by the usual manner of publication of official announcements in Dutch, Papiamento and English.

Article 6
1. The proposal is available for public review at a location announced by the Executive Council for a period of 30 days from the day of the hearing as referred to in Article 5, paragraph 1.

2. The opportunity for public review is announced according to the manner stipulated in Article 5, paragraph 2. The notice mentions the possibility of submitting objections. Those who have rights regarding the protected area or buffer zones , either in whole or in part, will, for as far as they are known to the Executive Council, be informed in writing of the possibility for public review.

3. Anyone can submit an objection in writing to the Island Council, within the time frame stated in paragraph 1.

Article 7
1. The Island Council takes a decision, within 60 days from the date of the stated period regarding the establishment of the protected area or buffer zone as set forth in Article 1, paragraph 6. In case objections are submitted as permitted by Article 6, paragraph 3, the Island Council then decides within 120 days. The Island Council can prolong the decision for, at the most, the same period.

2. If the establishment of a protected area or buffer zone involves a deviation from that proposed, the decision of the Island Council will be substantiated.

3. Persons who have submitted objections will be notified about the decision in writing.

Article 8
1. The management of the protected area falls under the authority of the Executive Council. The Executive Council is authorized by Island Resolution Containing General Measures to delegate the management of the protected area to a different organization.

2. The Executive Council develops a Management Plan after consulting with those who have rights over the designated protected area or parts of it. The Management Plan strives for the conservation or repair of the ecosystems or of the ecological values that the protected area envisages.

3. In accordance with the Island Ordinance, management measures are established regarding one or more protected areas. These management measures, at a minimum, will regulate:

4. the access to and the remaining usage of the protected area;
b. the activities to be carried out inside the protected area;
c. the species present in the protected area as referred to in Articles 11, 12 and 13 of the National Ordinance.

5. By or through the Island Ordinance, management measures can be specified for the buffer zones, if necessary, to prevent damage to the ecosystem of the protected area, or to avoid marring a protected area.

6. The Executive Council hears the Island Commission prior to adopting the Management Plan as referred to in paragraph 2 and the management measures as referred to in paragraphs 3 and 4.

7. The Manager, referred to in paragraph 1, is authorized to give instructions in the interest of the protection of the protected area. Everyone is strictly required to adhere to these instructions.

Article 9
1. The Executive Council can, by the Island Resolution Containing General Measures, charge a fee to users, persons or companies that are involved in the use of a protected area.

2. The fees as referred to in Article 8, paragraph 1 are used for the management of the protected area or protected areas.

3. The Executive Council can decide to have the fees collected by the managing agency or on behalf of the managing agency.

4. Annually, before July 1, the managing agency reports to the Executive Council concerning the management of the protected area and the expenditure of the revenues of the preceding year.

Article 10
It is forbidden to carry out, to order or to tolerate activities without a permit from the Executive Council. It is also forbidden to carry out, to order, or to tolerate activities that are in violation of the regulations stipulated by the permit that;
a. can be harmful to ecosystems of a protected area or that can mar a protected area;
b. can violate the rules referred to in paragraph 4.

2. Activities that are harmful to the ecosystem of a protected area are, in any case;
a. activities that can affect the essential characteristics of a protected area as referred to in Article 4, paragraph 1 subsection b;
b. activities in violation of the Management Plan as referred to in article 8, paragraph 2;
c. activities in violation of the management measures referred to in article 8, paragraph 3 and 4.

3. A permit is not required for activities that are listed in a Management Plan as referred to in Article 8, paragraph 2.

4. In the interest of enforcing the stipulated regulations set forth in the Island Ordinance, and in view of achieving the objectives of the Island Ordinance, regulations can adopted regarding other activities than those referred to in Article 10, paragraph 1, subsection a.

5. Pursuant to Island Regulation it is possible that the Executive Council can not grant a permit as referred to in the paragraph 1 of this Article for the activities carried out, or to be carried out or tolerated set forth in paragraph 1 of this Article.

Section III
PROTECTION OF SPECIES OF FLORA AND FAUNA

Article 11
1. All species of flora and fauna that are listed in the Appendix 1 of the CITES convention, Appendix 1 of the Bonn Convention, Appendices 1 and 2 of the SPAW Protocol and Appendix 1 of the Sea Turtle convention are designated as protected species of flora and fauna.

2. In accordance with Island Resolution Containing General Measures, other species of flora and fauna, different from those referred to in paragraph 1, which belong to the native flora and fauna, also can be designated as protected species of flora and fauna.

3. In accordance with Island Resolution Containing General Measures, management measures can be established for all protected species of flora and fauna referred to in paragraphs 1 and 2 as well as all the species listed in Appendix 3 of the SPAW Protocol.

4. The Executive Counsel hears the Island Commission prior to decreeing an Island Resolution as meant in paragraphs 2 and 3.

Article 12
It is prohibited to remove, to pick, to collect, to cut, to uproot or damage or to destroy specimens of protected species of flora.

Article 13
1. It is prohibited to catch, to kill, to destroy, to trade or collect specimens of protected species of fauna.

2. It is prohibited to unnecessarily disrupt or disturb the nest, hole or breeding or resting place of an animal that is a protected species of fauna, as well as to obtain a nest of such an animal.

3. It is prohibited to possess living animals that are protected species of fauna.

4. It is prohibited to intentionally destroy, gather or possess eggs of animals that are protected species of fauna.

Article 14
It is prohibited to put into nature specimens of exotic species or genetically modified species of flora and fauna

Article 15
1. An exemption can be granted by, or on behalf of, the Executive Council from Articles 12 through 14, after hearing the Island Commission.

2. An exemption from Articles 12 and 13 is only granted if there is no danger to the survival of the protected species of flora and fauna and if such exemption is necessary for:
a. scientific, educational, or conservational objectives;
b. survival of protected species of flora and fauna;
c. prevention of considerable damage inflicted on forests or plants;
d. local cultural needs or
e. survival of traditional livelihoods.

3. An exemption from Article 14 is only granted in the case that there is no danger to the native flora and fauna.

Section IV
ADDITIONAL RULES REGARDING PROTECTION OF NATURE

Article 16
1. It is prohibited by the Island Resolution Containing General Measures to undertake designated activities that can have serious detrimental consequences to the ecosystem of the island territory or that can mar the landscape to a considerable degree, without a permit from the Executive Council.

2. The application for a permit as referred to in paragraph 1 is accompanied by an Environmental Impact Assessment which is prepared in accordance with the procedure as determined by the Island Resolution referred to in paragraph 1 and complies with the therein determined requirements regarding the content of the Assessment.

3. The Executive Council hears the Island Commission prior to acting on a resolution as referred to in paragraph 1.

Article 17
1. By the Island Resolution Containing General Measures, further specific measures can be determined regarding the hunting or capture of animals that are unprotected species of fauna as well as regarding the methods by which such may occur.

2. By the Island Resolution Containing General Measures, further specific measures can be determined regarding the chopping, removing, trimming, destroying and digging up of plants that are unprotected species of flora.

3. By the Island Resolution Containing General Measures, further specific measures can be determined regarding the control of flora and fauna that can be harmful to the ecosystem of the Island Territory.

4. The Executive Council hears the Island Commission prior to establishing a measure as referred to in paragraphs 1, 2 or 3.

Section V
COMPENSATION

Article 18
1. If a concerned party suffers damage or will suffer damage resulting from the designation of an area as a protected area or buffer zone, or from the establishment of a Management Plan referred to in Article 8 or if there are costs resulting from the Management Plan that, in fairness should not, or should not completely, be borne by the concerned party, and if an amicable arrangement regarding compensation for damages or costs can not be reached, then the Executive Council, can upon request of the concerned party, decide on a reasonable compensation to be taken out of the Island Treasury.

2. A request, as referred to in paragraph 1, must be submitted, in writing, to the Executive Council within 5 years after the designation of a protected area or buffer zone or when the establishment of a Management Plan has become irrevocable. Such request should state the nature of the damage as well as, if possible, the magnitude of the damage.

3. After hearing the Island Commission, the Executive Council takes a decision no later than 60 days from its receipt of the request for compensation.

Section VI
PERMITS, EXEMPTIONS AND LEGAL PROTECTION

Article 19
1. The application for either a permit as referred to in Article 10 or Article 16, paragraph 1 or for an exemption as referred to in Article 15 is submitted, in writing, to the Executive Council. The applicant must provide all information and supporting documentation that are necessary to assess the application.

2. The Executive Council can decide not to consider an application if the information provided and the supporting documentation are insufficient to assess the application or insufficient to prepare a decision on the application. The Executive Council can only take such a decision if the applicant has had the opportunity to complete the application within the time limit set by the Executive Council.

3. The application for a permit as referred to in Article 10 or Article 16, or for an exemption as referred to in Article 15, including the supporting documentation, are available for public review at a location announced by the Executive Council.

4. The possibility for public review is announced in the manner stipulated by Article 5, paragraph 2. The notification states the possibility for objection.

5. Parties concerned may, within the time limit mentioned in paragraph 3, submit objections, in writing, to the Executive Council.

6. Paragraphs 3 through 5 are not applicable to certain categories of applications as defined by Island Resolution Containing General Measures.

7. No later than 90 days from receipt of an application, the Executive Council decides to grant a permit or a exemption after hearing the Island Commission.

8. The Executive Council can extend, by 30 days but once only, the period referred to in paragraph 7. The applicant is informed, in writing, if such extension is taken. If paragraphs 3 through 5 are invoked, the parties concerned, who have submitted objections, will be notified in writing about the decision. If paragraphs 3 through 5 are not invoked, then the decision regarding the application is announced in the manner stipulated by Article 5, paragraph 2.

9. Rules can be placed on permits and/or exemptions. The permits and/or exemptions can be granted with restrictions.

10. A permit and/or exemption is granted in writing.

11. A fee is due when the permit or exemption is issued. The Island Resolution Containing General Measures determines the amount of this fee.

Article 20
1. The Executive Council can withdraw a permit or an exemption if:
a. the permit or exemption has been granted on grounds of incorrect or incomplete information which the applicant has provided;
b. action is taken in violation of the regulations or restrictions on which the permit or exemption is based and granted or;
c. changes in circumstances, insights or regulations require such withdrawal.

2.The Executive Council will not withdraw a permit until hearing the permit holder and the Island Commission or giving the opportunity to do so.

Article 21
Those who submitted objections (within the time limit) to the Island Council, regarding the design of the establishment of a protected area or buffer zone, and those who, in accordance with Article 18, have submitted a request for compensation of costs, can appeal the decision of the Island Council or the Executive Council within 6 weeks of such decision.

Article 22
The permit or exemption holder is obliged to present the permit or exemption when first requested by an official or person tasked with the enforcement of the Island Ordinance regulations.

Section VII FINAL CLAUSES

Article 23
The Article 13, paragraph 3 is not applicable to the species of Amazona barbadensis (lora) banded under supervision of the Executive Council.

Article 24
1. The Marine Environment Ordinance (A.B. 1991, no. 8) is repealed when the Island Ordinance, as referred to in Article 4, designates the area which, on basis of the Marine Environment Ordinance forms the Marine Park, as the protected area.

2. Articles 5,6,7,18 and 21 are not applicable when a protected area is designated in accordance with Article 4 if the area that conforms with Article 1a of the Marine Environment Ordinance forms the protected area.

Article 25
The Marine Environment Ordinance will be amended as follows:
Article 1 will state:
The Commission Nature Conservation Bonaire as intended in Article 3 of the Island Ordinance Nature Conservation Bonaire, advises the Executive Council upon request, or by its own initiative, about the measures regarding the enforcement of the Island Ordinance.

Article 26
The Environment and Monument Protection Ordinance1967 (A.B. 1967, no. 7) and the Harmful Plants Ordinance (A.B. 1991, no. 25) are repealed.

Article 27
1. The obligations and prohibitions set forth in Article 8, paragraph 6, Article 10 paragraph 1 and Articles 12, 13 and 14 are also considered obligations and prohibitions in Article 33 paragraphs 1 and 2 of the National Ordinance.

2. Actions that violate Article 11, paragraph 3, Article 16, paragraph 1 and Article 19, paragraph 9 are equal to actions in contempt of the obligations and prohibitions referred to in paragraph 1.

3. Actions that violate Article 10, paragraph 4, Article 17 and Article 22 are punishable with detention of up to one month or a fine of up to 5000 guilders.

Article 28
This Island Ordinance becomes effective on the day after the publication.

Article 29
This Island Ordinance is referred to as: Bonaire Nature Conservation Island Ordinance.

Thus, it is decided in public meeting of the Island Council of the Island Territory of Bonaire dd.

Governor,          Secretary,

 

Island Resolution Marine Park Bonaire

wapen_van_bonaire_1_11648
Bonaire Law

Download document

NOTE: This translation of the Island Resolution Marine Park Bonaire has been prepared to assist interested parties in understanding the content of this resolution. ONLY the original Dutch Resolution is to be used to resolve legal matters.

This Island Resolution contains general measures of AUGUST 25, 2010 nr.2 implementing Articles 4, 8, 9, 10, 11, 16, and 17 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire (A.B. 2008 nr. 23) and revokes the Island Resolutions containing general measures of June 28, 1991, nr. 8 (A.B. 1991 nr. 10), of December 13, 1991, nr. 1 (A.B. 1991 nr. 21), of December 22, 1993 nr.1 (A.B. 1993 nr 18), of March 20, 1996, nr. 9 (A.B. 1996 nr. 3), of August 18, 1999 nr. 5 (A.B. 1999 nr 11), of August 18, 1999 nr. 6 (A.B. 1999 nr. 12), of September 5, 2003 (A.B. 2003 nr. 10), of January 27, 2005, nr. 3 (A.B. 2005 nr. 2), of December 21, 2007 (A.B. 2007 nr. 17) and of June 25, 2010 nr.16 (A.B. 2010 nr.9) (Island Resolution Marine Park Bonaire).

THE EXECUTIVE COUNCIL OF THE BONAIRE ISLAND TERRITORY;

Considering:
that it is necessary or advisable to enact more specific rules regarding the management of the Marine Park;

In view of:
Articles 4, 8, 9, 10, 11, 16, and 17 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire (A.B. 2008 nr. 23);

Taking into account:
the joint proposal by the Department of Spatial Development and Management, the Department of Agriculture, Animal Husbandry and Fisheries, the Department of Legal and General Affairs and the Commission Nature Management Bonaire of August 3, 2010 (archive nr. 30011042);

HAS RESOLVED:
To enact the following Island Resolution containing general measures:

Section I DEFINITIONS

Article 1
1. In this Island Resolution containing general measures, the terms below are defined as follows:

Manager: the National Parks Foundation (STINAPA Bonaire) established on Bonaire;

building: any construction of wood, stone, metal or other material, which directly or indirectly is connected to the ground, or directly or indirectly receives support from the ground at its intended site;

carapace length:the upper part of the lobster’s body; from the front of the head between the eyes to the beginning of the segmented tail;

dive center:a business that offers facilities to divers who use the Marine Park;

diver:a person who, equipped with air or other breathing gasses under pressure, enters the water, or has the clear intent to enter the water, or is under water, or leaves the water shortly after being under water;

GPS-coordinates:coordinates according to the Global Positioning System;

Harbor master: the person, or his designate, appointed as such by the Executive Council;

Marine Park: the nature park either created by the Ordinance Marine Environment (A.B. 1991, nr. 8) or created as a protected area pursuant to Article 4 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire;

Beach: the usually vacant and generally bare strip of land between the sea’s normal low-water mark and the land, where there is more or less natural vegetation, an existing sea wall, bank protection, or at the edge of an already existing construction;

traditional fishing gear: fishing lines (liña), rods and casting nets (tarai), and dragnets (reda) approved and certified as such by the Manager;

accommodation facilities:any premise that is available for an overnight stay that is not a permanent residence;

fish reserve:that portion of the Marine Park designated by the Executive Council where it is forbidden to catch any marine life in any manner under any circumstances.

2. The definitions in Article 1 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire are incorporated herein.

Section II
ARTICLES CONCERNING ENTRY INTO THE MARINE PARK

Article 2
1. Users will be charged a fee, as set forth in Appendix I of this Resolution, to enter andto use the Marine Park.

2. No fee will be imposed on international and/or inter-insular shipping traffic that usethe Marine Park.

3. No fee will be charged to the following persons who enter the Marine Park:
a. persons under 12 years of age;
b. persons who, according to documents, are residents of Bonaire; and
c. persons who can prove that they are on Bonaire for a period of 24 hours or less.

4. The exclusions set forth in paragraph 3 do not apply to divers.

Section III
GENERAL MANAGEMENT MEASURES

Article 3
1. The following areas within the Marine Park are designated as reserves:
a. the area between Boka Slagbaai (GPS-coordinates: 12°15’51.49”N – 68°24’52.11”W) and Playa Frans (GPS-coordinates: 12°14’48.75”N – 68°24’53.01”W); and
b.  the area between Karpata land house (GPS-coordinates: 12°13’10.77”N – 68°21’9.85”W) and the longitudinal levee in front of the entrance to Gotomeer (GPS-coordinates: 12°13’12.89”N – 68°22’29.69”W).

2. Except for boat traffic through the reserves, and/or when fishing with traditional fishing gear, it is otherwise forbidden, without a permit from the Executive Council, to be in a reserve as such term is defined in paragraph 1.

3. Except for sites that the Manager specifically authorizes, it is forbidden to move, leashed to a kite or any object of this kind, on or above the waters of the Marine Park that are within 75 meters from the coast.

Article 4
It is forbidden, without a permit from the Executive Council, to directly or indirectly dump, leak or discharge waste or biological and chemical agents which are harmful to the environment or which can alter the physiological composition of the water, into the waters of the Bonaire Island Territory.

Article 5
1. It is forbidden to anchor in the waters of the Marine Park.

2. The prohibition set forth in paragraph 1 does not apply to:
a)  boats with a full length no greater than four meters to the extent that these boats are used for fishing and corallite is used for anchor;
b)  the area of the Kralendijk bay that is between the pier located across from the building at 12 Kaya J. N.E. Craane (GPS-coordinates: 12°09’0.72”N – 68°16’09.7”W) and the southern harbor pier (GPS-coordinates: 12°8’47.42”N – 16’39.75”W); and
c)  vessels which need to anchor unexpectedly in order to avert danger to persons and to the vessel.

3. Anchoring in the area referenced in paragraph 2, section b, is only permitted after obtaining written authorization from the harbormaster. The harbormaster will immediately inform the Manager of each authorization granted by him;

4. With respect to the vessels referenced in paragraph 2, section c, only the crew may enter the water in those cases when it is essential to avert danger.

Article 6
It is forbidden, without a permit from the Executive Council, to remove or recover objects fastened to the bottom or bottom overgrowth of the Marine Park.

Article 7
It is forbidden, without a permit from the Executive Council, to sink boats or other objects in the Marine Park that are not found there naturally.

Article 8
1. It is forbidden for divers to wear or to use gloves in the Marine Park.
2. The prohibition in paragraph 1 of this article, does not apply to catching, gathering and killing harmful species referenced in paragraph 1, Article 19 of the Island Resolution Nature Management Bonaire.

3. The Manager of the park can grant an exemption to the prohibition set forth in paragraph 1of this article provided that a physician declares that there are medical reasons for doing so.

Section IV
ARTICLES CONCERNING FISHING

Article 9
1. It is forbidden to use mechanical gear, explosives, hand spears or poles with hooks,to hunt or catch marine life.

2. It is forbidden to transport, to offer for sale, to transfer, or to deliver marine life thathas been caught by mechanical marine hunting gear, explosives, hand spears orhand hooks.

3. It is forbidden to transport mechanical marine hunting gear over public ground orpublic water.

4. It is forbidden to offer for sale, to sell, or to have in stock for sale in a shop oraccompanying space, mechanical marine hunting gear complete or in parts.

5. Mechanical marine hunting gear means any guns and pistols that are regulated bythe Firearms Ordinance 1931 (P.B. 1931 nr. 2) as amended, as well as any guns or pistols that either by air or by gas under pressure, or by other means, can fire missiles under water.

6. With the exception of explosives, the prohibitions set forth in paragraph 1, 2 and 3 do not apply to the Manager or to the persons assigned by the Manager, upon catching, gathering and killing of harmful species as referenced in paragraph 1, Article 19 of the Island Resolution Nature Management Bonaire.

Article 10
1. Without a permit from the Executive Council, it is forbidden to use traps (kanasters)to gather marine life in the Marine Park.

2. Without the approval and certification by the Manager, it is forbidden to use castingnets (tarai), dragnets (reda) and traps (kanasters) in the Marine Park to gathermarine life.

3. It is forbidden to gather marine life with dragnets (reda) in the waters either under theKralendijk piers and/or within a 20-meter radius from the outer skirts of these piers.

4. It is forbidden to use a snorkel or a diving mask when fishing with lines (liña) in theMarine Park, with the exception of the area between Punt Vierkant (GPS coordinates: 12°6’42.96”N – 68°17’47.10”W) and the marina entrance of Plaza Resort (GPS coordinates:12°8’6.11”N- 68°16’46.43”W) and the area between Playa Chachacha (GPS coordinates:12°08’46”.16N – 68°16’35.46”W) and the marina entrance of Harbour Village Beach Resort (GPS coordinates: 12°9’44.68’N – 68°17’9.11”W).

Article 11
1. It is forbidden to catch, kill and carry, keep in stock for sale or for delivery, offer for sale, trade in, give as a present or transport lobsters (Panulirus, kref) under 12 cm when measured from the upper part of the lobster’s body; from the front of the headbetween the eyes to the beginning of the segmented tail (the carapace length), as well as lobsters with eggs.

2. It is forbidden, to catch, kill, or carry lobsters, with the exception of the period from November 1st to April 30th, and then only within the zone on the Northeast coast and East coast between Malmok (GPS-coordinates: 12°18’44.24”N – 68°23’16.01”W) and Willemstoren (Lighthouse) (GPS-coordinates 12°1’39.99”N – 68°14’13.56”W).

Article 12
1. It is forbidden, without a permit by the Executive Council, to gather karkò (Strombusgigas, Queen Conch).

2. The Executive Council will grant a permit as referenced in paragraph 1, only afterconsultation with the Nature Management Commission Bonaire and then only in compliance with the conditions set by the Commission.

Article 13
1. The following fish reserves are established within the Marine Park:
a. that portion of the Marine Park between Punt’i Waya (Hato Gate) (GPS- coordinates:12°10’53.81”N 68°17’38.50”W and 12°10’52.20”N 68°17’41.98”W) and the marina entrance at Harbour Village Beach Resort (GPS- coordinates:12°09’46.92”N 68°17’46.92”W and 12°09’47.22”N 68°17’17.29”W);
b. that portion of the Marine Park between the pier at “Playa Chachacha” (GPS- coordinates: 12°08’46.16”N 68°16’35.46”W and 12°08’44.92”N 68°16’41.21”W) and the marina entrance at Plaza Resort (GPS- coordinates: 12°08’07.62”N 68°16’42.53”W and 12°08’13.70”N 68°16’47.15”W).

2. It is forbidden to gather marine life in any manner of any kind within those portions of the Marine Park as set forth in paragraph 1, with the exception of marine life as referenced in paragraph 1, Article 19, of the Island Resolution Nature Management Bonaire.

Section V
ARTICLES CONCERNING DIVE CENTERS

Article 14
1. Without a permit from the Executive Council, it is forbidden in the Marine Park, eithercommercially or for payment, to
a. operate a dive center;
b. give courses or instructions;
c. transport or guide persons, and
d. place boats or water sport gear at someone’s disposal.

2. Without a permit from the Executive Council, it is forbidden to possess a compressor for the refilling of diving tanks.

3. The prohibition set forth in paragraph 1, section b, does not apply to swimming lessons.

4. The prohibition set forth in paragraph 2, does not apply to passengers and crewmembers of visiting vessels provided that the compressor is for private use only and does not serve a commercial purpose.

Article 15
1. Twice annually, the Manager will provide training as referenced in paragraph 3 of this Article, and which regards an introduction program and an orientation dive, to those employees at dive centers who are responsible for giving dive course instruction, guidance or transporting divers in the Marine Park. There may be a charge for this training.

2. Within 6 months after hire, dive center employees must successfully complete this training and receive a certificate.

3. Prior to their first dive in the Marine Park, visiting divers must participate in an introduction program, which includes an orientation dive, from the location of the dive center where they obtain their dive tanks or from a location assigned by the Manager.

Article 16
1. Compressors for filling diving tanks should be maintained in a manner that insures that the quality of the air under pressure, or of other breathing gasses, at all times complies with the following standards; air under pressure with 20 to 22 percent Oxygen (O2) may not include a higher pollution than:
– carbon dioxide (CO2):
– carbon monoxide (CO): – oil and particles:
– odor: 500 ppm 15 ppm3 5 mg/m none

2. Dive centers are obligated to have the air quality in the tanks that they maintain checked quarterly by an organization that is qualified to do so. The written reports of these checks must be immediately available for inspection upon request of the authorized personnel. The reports must be kept on file by the dive center for at least 2 years.

3. Diving tanks with an outer radius of more than 5 centimeters and a length of more than 60 centimeters which divers or a dive center use may only be filled with air under pressure or with other breathing gasses if the pressure tanks have a valid hallmark provided by or on behalf of the Stoomwezen in Curaçao or recognized by the Stoomwezen.

Article 17
Vessels transporting divers must have on board, and at hand, life-saving and security devices, which the harbor master requires when the vessel is registered, as well as a breathing apparatus pod and a first aid kit.

Article 18
A permit-holder, as referenced in paragraph 1, Article 14 must keep diving gear that it rents to Marine Park visitors in good working order, and it must be serviced at least once a year.

Article 19
1. Businesses or persons conducting businesses as set forth in Article 2 of theBusinesses Establishment Regulation (A.B. 1991, no.29) which provide services or facilities in connection with Marine Park use are required to pay a fee in accordance with the schedule as set forth in Appendix I of this Resolution.

2. The fee as referenced in paragraph 1 does not apply to giving swimming lessons.

3. Businesses and persons as referenced in the paragraph 1 must inform their clients ofthe rules, regulations and instructions which apply in the Marine Park. They also must make available informational material issued by the Manager.

Section VI
ARTICLES CONCERNING MOORING BUOYS

Article 20
1. It is forbidden, without a permit from the Executive Council, to place a mooring buoyin the Marine Park.

2. The prohibition in paragraph 1 does not apply to the Manager and/or to personsacting on the Manager’s behalf.

3. The Executive Council will only issue a permit as referenced in paragraph 1 whenthere is compliance with the following conditions:
a. If the permit is for non-commercial purposes, the applicant must be registered atthe Bonaire municipal registry;
b. If the permit is for commercial purposes, the applicant must have a businesslicense and must be registered at the Chamber of Commerce;
c. the vessel that will use the buoy must be the property of the applicant, beregistered with the harbor master, and have an NB register number.

4. Permits referenced in paragraph 1 will be granted only for mooring buoys located on the western coast of Bonaire between Barcadera (GPS-coordinates: 12°12’1.58”N –68°18’32.47”W) and Punt Vierkant (GPS-coordinates: 12°6’42.96”N – 68°17’47.10”W)

Article 21
The only mooring buoys that may be placed are those which the Manager has approved and then only if placed by the Manager or a person under the Manager’s supervision.

Article 22
1. Appendix I of this Resolution establishes an annual fee that will be charged for theuse of a mooring buoy.

2. Appendix I of this Resolution establishes an overnight fee will be charged for the useof a mooring buoy that is owned by the Manager or that is managed by or on behalf of the Manager in the area located between Karel’s pier (GPS coordinates: 12°9’6.26”N – 68°16’41.40”W) and the marina of Harbour Village Resort (GPS coordinates: 12°9’44.68”N – 68°17’9.11”W).

Article 23
Article 22, paragraph 1, does not apply to mooring buoys in the Marine Park that are owned and managed by the Manager and are designated for public use, and that are used for a period no longer than 2 hours, by boats that have a length of no longer than 13 meters.

Article 24
It is forbidden for boats longer than 18 meters to use mooring buoys.

Article 25
1. It is forbidden for more than one vessel with a length longer than four meters or formore than three vessels each with a length of four meters or less, to simultaneouslyuse of the mooring buoys as defined in Article 23.

2. It is forbidden for vessels with a mast or structure height of more than four meters touse mooring buoys located at the diving sites Windsock and North Belnem which are located between GPS coordinates: 12°7’49.22”N – 68°17’5.60”W and GPS coordinates: 12°8’1.85”N – 68°16’53.70”

Article 26
1. It is forbidden to directly attach the floating line of a mooring buoy to a vessel. 2. At least 6 meters of the first boat’s own line must be used when mooring at a mooring site. The Manager may designate those mooring sites at which boats can use a shorter line.

Article 27
Persons who fish professionally will not be required to pay a fee when applying for the placement of a mooring buoy if the boat that will use the mooring has a length no longer than 7 meters and uses a motor not stronger than 25 HP.

Section VII
ARTICLES CONCERNING PIERS AND SIMILAR STRUCTURES

Article 28
It is forbidden, without a permit from the Executive Council, to construct piers, stairs, ladders, overhanging structures, platforms, floating piers or other structures in, at, or above the Marine Park.

Article 29
The prohibition in Article 28 also applies to extensions, renovations and major repairs of the structures referenced therein.

Article 30
A permit, as referenced in Article 28, will be granted for the construction of a pier only if this is connected to the ground or anchored in the ground by means of piled pillars.

Article 31
Permits as referenced in Article 28 will be granted for the construction of piers only if these are located on the west coast of Bonaire in the area between Punt’i Waya (Hato Gate) (GPS coordinates; 12°10’53.13”N – 68°17’38.51”W) and Punt Vierkant (GPS coordinates: 12°6’42.96”N – 68°17’47.10”W)

Article 32
The construction of piers will be allowed only when this is necessary for the operation of a registered dive center, a shipyard or a harbor company or for the implementation of Managerial tasks of the Manager or for a public provision under supervision of the island territory.

Article 33
A permit-holder for a structure set forth in Article 28 or his legal successor, will be charged a user’s fee in accordance with Appendix I.

Section VIII
ARTICLES CONCERNING BEACHES

Article 34
It is forbidden, without a permit from the Executive Council, to create, restore or develop a beach in or adjacent to the Marine Park.

Article 35
1. A permit, as referenced in Article 34, will only be granted after consultation with theNature Management Commission Bonaire and then only in compliance with the following conditions:
a. the creation, restoration or development of the beach is in connection with theconstruction of accommodation facilities of more than 100 rooms at a location bythe sea;
b. the beach will, at all times, be accessible to everyone;
c. there is no beach in the immediate vicinity;
d. the beach will be protected by a retaining wall above the high water mark, atleast on three sides not including the land-side; and
e. the sand used for the creation or restoration of the beach must be of equalquality as the sea sand at site.

2. When creating or restoring beaches, the guidelines in Appendix II of this Resolutionmust be taken into account.

Article 36
A permit-holder will be charged a user’s fee in accordance with Appendix I of this Resolution for use of a created or restored beach.

Section IX
PARTICULAR ARTICLES CONCERNING LAC

Article 37
1. It is forbidden to operate motorboats in the waters of Lac, at a speed faster than 2nautical miles an hour when outside of the buoys marking the Cai-Sorobon channel. When within this channel, no boat can operate at a speed faster than 4 nautical miles per hour.

2. The prohibition set forth in paragraph 1 does not apply to law enforcement or marine rescue vessels.

Article 38
It is forbidden to operate jet skis in the waters of Lac.

Article 39
It is forbidden to move forward, leashed to a kite or any object of this kind, on or above the waters of Lac.

Section X FINAL ARTICLES

Article 40
The Island Resolutions containing general measures, of June 28, 1991, nr. 8 (A.B. 1991 nr. 10), of December 13 1991, nr. 1 (A.B. 1991 nr. 21), of December 22, 1993 nr.1 (A.B 1993 nr 18), of March 20, 1996, nr. 9 (A.B. 1996 nr. 3), of August 18, 1999 nr. 5 (A.B. 1999 nr 11), of August 18, 1999 nr. 6 (A.B. 1999 nr. 12), of September 5, 2003 nr.13 (A.B. 2003 nr. 10), of January 27, 2005, nr. 3 (A.B. 2005 nr. 2) of December 21, 2007, nr.3 (A.B. 2007 nr. 17) and of June 25, 2010 nr.16 (A.B. 2010, nr. 9) are repealed.

Article 41
This island Resolution containing general measures, is referred to as: Island Resolution Marine Park Bonaire.

Article 42
This Island Resolution, containing general measures takes effect on September 1 , 2010, with the exception of Article 10, paragraph 1 and 2, Article 14, paragraph 1, section d, Articles 19, 33 and 36 which will take effect on January 1st 2011.

Thus decided in the meeting of August 25th 2010

The Executive Council of the Bonaire Island Territory, the Governor, the Secretary, mr.dr. G.A.E. Thodé mr.N.M. Gonzalez This Island Resolution containing general measures, is proclaimed by me on [date] the Governor, mr.dr.G.A.E. Thodé

Appendix I as referenced in the Articles 2, paragraph 1, Article 19, paragraph 1, Article 22, paragraphs 1 and 2, Articles 33 and 36 of the Island Resolution Marine Park Bonaire.

Appendix III as referenced in Article 3 of the Island Resolution Nature Management Bonaire.

Usage Fees:

Island Resolution Nature Management Bonaire and Island Resolution Marine Park Bonaire

The following fees will be charged for using the Marine Park;
a) to enter and to use a protected area: $10.00 (Naf. 17,50) per year;
b) divers: $25.00 (Naf. 43,75) per person per year or $10.00 (Naf. 17,50) per person per day;
c) commercial use as referenced in Article 19, paragraph 1 of the Island Resolution Marine Park Bonaire: $840.00 (Naf 1.500,00) per establishment per year; d) use of a mooring buoy, ladder, riprap, seawall, (private or commercial) pier,overhanging structure or any other construction: $280.00 (Naf. 500,00) per year; e) use of a mooring buoy as referenced in Article 22, paragraph 2 of the Island Resolution Marine Park Bonaire: $10.00 (Naf. 17,50) per buoy per night;
f) use of a ladder $140.00 (Naf.250,00) per year;
g) use of an industrial pier or jetty $560.00 (Naf. 1.000,00) per year
h) use of an artificial beach $140.00 (Naf. 250,00) per stretching meter per year to a maximum of $16,760.00 (Naf. 30.000,00) per year;
i) use of an artificial beach as referenced in Article 35 of the Island Resolution Marine Park Bonaire: $280.00 (naf. 500,00) per year.

Appendix II as referenced in Article 35, paragraph 2 of the Island Resolution Marine Park Bonaire

Guidelines for creating or restoring beaches
Creating new beaches or restoring existing beaches must be in accordance with the following guidelines:

A. Beaches
1. The slope of the soil profile at location must have at least a ratio of 1:20;
2. The beach must be enclosed at least on three sides, not including thelandside, by a retaining wall above the high water mark and in compliancewith the minimum specifications set forth under B;
3. The imported sea sand used for the creation or possible restoration of thebeach must be of an equal quality to that of the sea sand or coral rubble as found on site.

B. Retaining Wall
1. The retaining wall is constructed before sand is transported to the intendedbeach.
2.The retaining wall is constructed above reference level;
3. The retaining wall is constructed using reinforced concrete;
4 The top of the retaining wall must have a height of at least the reference level+0,7 meter;
5. The retaining wall must be able to resist waves with a height of 1,5 meters;
6. The retaining wall must be grounded in at least 0,2 meter of coral bed;
7. The retaining wall must have a talus on the seaside consisting of limestonerocks of at least 50 kilograms in weight;
8. Construction should take place according to the drawing in this Appendix.

C. Remaining conditions
1. The upper side of the sand layer is located at least 0,2 meter below the top ofthe retaining wall;
2. The thickness of the sand layer is no greater than 0,2 meter;
3. The fill under the sand layer consists of coral stones or coral rubble up to amaximum height of reference level +0,3 meter.

Keermuur AB2010_no14
Retaining Wall AB2010_no14

Island Resolution Nature Management Bonaire

wapen_van_bonaire_1_11648
Bonaire Law

Download document

NOTE: This translation of the Island Resolution Marine Park Bonaire has been prepared to assist interested parties in understanding the content of this resolution. ONLY the original Dutch Resolution is to be used to resolve legal matters.

Island Resolution Containing General Measures, of August 25, 2010, nr. 3, implements Articles 8, 9, 10, 11, 16, 17 and 19 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire (A.B. 2008, nr. 23) and repeals the Island Resolution Containing General Measures, of March 31 2005 nr. 6 (A.B. 2005, nr. 10). (Island Resolution Nature Management Bonaire)

THE EXECUTIVE COUNCIL OF THE BONAIRE ISLAND TERRITORY

Considering:
that it is necessary and advisable to enact more specific rules for nature conservation and management and for the animal and plant species of the Bonaire Island Territory, found therein;
In view of:
Articles 8, 9, 10, 11, 16, 17 and 19 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire (A.B. 2008, nr. 23);
Taking into account:
the joint proposal of the Department of Spatial Development and Management, the Department of Agriculture, Animal Husbandry and Fisheries, the Department of Legal and General Affaires and the Nature Management Commission Bonaire of August 3, 2010 (archive nr. 30011042);

HAS RESOLVED:
To enact the following Island Resolution containing general measures:

Section l DEFINITIONS

Article 1
1. In this Island Resolution containing general measures, the terms below are defined as follows:
manager: the organization which, pursuant to Article 8, paragraph 1 and Article 23 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire, is delegated responsibility for the management of the protected areas of the Bonaire Island Territory;
building: any construction of wood, stone, metal or of other material, which either is directly or indirectly connected to the ground, or directly or indirectly receives support by or in the ground where the site is intended;
Island Ordinance Nature Management Bonaire: the Island Ordinance Nature Management Bonaire (A.B. 2008, nr. 23);
nature park: a protected area established pursuant to Article 4 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire;
marine Park: a nature park, established pursuant to the Ordinance Marine Environment (A.B. 1991, nr. 8) or a protected area established pursuant to Article 4 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire;
felling: cutting, removing, trimming, destroying and rubbing of plants.
Washington Slagbaai Park: a nature park, that the Island territory of Bonaire, by an October 9, 1990 (archive nr. 3499) management contract, has given to the National Park Foundation (STINAPA Bonaire) to manage. Furthermore, it is a protected area established pursuant to Article 4 of Island Ordinance Nature Management Bonaire.

2. The definitions in Article 1 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire are incorporated herein.

Section II PROTECTION OF AREAS

Article 2
It is forbidden to use a protected area without paying a user’s fee.

Article 3
The fees for entry and use of a protected area, are set forth in Appendix III of this Resolution.

Article 4
1. The manager is authorized to collect the user fees.
2. A receipt or order from the manager will serve as evidence that the fee has been paid.
3. Users fees may be paid:
a.at the manager’s office;
b. to persons or businesses who offer facilities for use in a protected area; or c. at other locations to be designated by the manager.
4. The persons or businesses referenced in paragraph 3, section b, must either collect the users fee from their customers or confirm that their customers possess a valid payment receipt.

Article 5
1. Persons or businesses referenced in Article 4, paragraph 3, section b, must purchase sufficient payment receipts from the manager to correspond with the number of customers expected in a week.
2. Payment receipts which are not correctly completed or which are not used within a particular time period may be exchanged for new payment receipts, with the consent of the manager.

Article 6
1. A payment receipt may be either a receipt form or a receipt form and a tag, each numbered alike and each given to the user at the same time.
2. Payment receipts are not transferable.
3. Only a receipt form will be given to the user when the use is limited to one day.
4. Duplicates of receipts will be given to the manager, upon his demand, by those who have supplied them.
5. If a user is given a tag as part of a receipt, such tag is to be attached to his clothing or his equipment so that it is clearly visible.
6. A user is obligated, upon request, to show the tag and the receipt form, or only the receipt form when no tag is required, to persons charged with the management of a protected area.

Article 7
1. It is forbidden, without a permit from the Executive Council, to remove plant or animal species from a protected area.
2. The prohibition set forth in paragraph 1 does not apply to fish, crustaceans and mollusks that are gathered by hand or by traditional fishing gear insofar as such activities are permitted.
3. Traditional fishing gear is limited to fishing lines, and rods, as well as casting nets (tarai) and dragnets (reda) which are both manager approved and certified.
4. The prohibition set forth in paragraph 1 does not apply to the gathering or removing of animal and plant species as referenced in Article 19, paragraph 1, by the manager or persons designated by him.

Article 8
It is forbidden, without a permit from the Executive Council, to engage in the following activities in a protected area:
a. exploiting, lowering, digging off, leveling up or leveling of sites;
b. damaging, removing or destroying natural vegetation;
c. removing sand or stones;
d. constructing roads, wharfs, piers, mooring places, canals, dams or any other structures; e. using vehicles on roads and paths other than those open for such use;
f. using model aircraft and model motorboats;
g. dumping garbage;
h. discharging untreated waste water or chemical and biological materials which can damage the environment;
i. using pesticides or fertilizer;
j. disturbing the water balance;
k. making open fires;
l. causing a noise nuisance
m. taking animals or plants into the park, except for domestic animals to the sites as designated by the manager;
n. entering breeding sites or special reserves that have been designated as such; and o. feeding animals.

Article 9
It is forbidden, without a permit from the Executive Council, to engage in the following activities in buffer zones as that term is referenced in Article 4, paragraph 3 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire:
a. exploiting, lowering, digging off, leveling up or leveling of sites;
b. damaging, removing or destroying natural vegetation except when maintaining roads and
paths or when practicing traditional farming;
c. constructing roads, wharfs, canals, dams or any other structures;
d. dumping garbage;
e. discharging untreated waste water or chemical and biological material which can damage the environment;
f. using pesticides or fertilizer;
g. disturbing the water balance;
h. making open fires as far as they can cause a danger to the natural vegetation of a protected area.

Article 10
1.It is forbidden to carry guns, pistols, catapults, traps or other hunting gear into or within a protected area.
2. The prohibition set forth in paragraph 1 does not apply to hunting gear when used to manage a protected area.

Section III
PROTECTION OF ANIMAL AND PLANT SPECIES

Article 11
1. Protected plant and animal species referenced in Article 11, paragraph 2 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire are incorporated by reference in Appendix I of this Resolution.
2. Appendix I as referenced in paragraph 1 is available for public inspection at a location designated by the Executive Council.

Article 12
When managing protected bird species, the Executive Council can order the owner or manager of pylons, high voltage cables or other structures that are located within the approach route of such birds, to equip such structures with warning balls or similar objects.

Article 13 (Reserved)

Article 14
1. It is forbidden, without a permit from the Executive Council, to fell trees or cacti with a trunk circumference 65 centimeters or more when measured at 1.30 meters above ground.
2. It is forbidden, without a permit, to fell cacti that were planted in connection with either the obligation to replant or other contractual commitments.
3. It is forbidden to fell trees or cacti listed on the list of ‘valuable trees’ of the Bonaire Island Territory.
4. The prohibitions set forth in paragraphs 1 and 3 do not apply to the felling of trees and cacti referenced in Articles 19 or 20 as well as those which the Executive Council determines pose a serious threat to public safety or when a state of emergency or other exceptional situation exists.

Article 15
1. The Executive Council is authorized to grant a permit when the permit applicant pays a fee for reforestation purposes.
2. The fee, as referenced in paragraph 1, must be paid to the organization referenced in Article 23. This organization has responsibility for managing these fees. Furthermore, this organization will provide a report on the fees collected and their general responsibility as referenced in Article 9, paragraph 4 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire. This report shall include a list of the trees planted and their locations in connection with the reforestation efforts.
3. The following reforestation fees will be imposed when trees or cacti are felled:
a. $85.00 (Naf.152,00) for a trunk circumference of 65 to 79 centimeters;
b. $140.00 (Naf. 250,00) for a trunk circumference of 80 to 94 centimeters, and
c. $195.00 (Naf. 349,00) for a trunk circumference of 95 centimeters or greater.

Article 16
1. The Executive Council can either grant a permit which contains certain conditions or deny a permit. Either action will be based on the following considerations:
a. Nature and environmental values;
b. Landscape values;
c. Cultural and historical values;
d. Value of urban-rural beauty;
e. Value of recreation and livelihood;
f. Intrinsic value of timber vegetation;
g. One or more of the abovementioned values that relate to future vegetation.
2. A permit in connection with construction- and development plans can be denied on the sole ground that the plans are not yet final.

Article 17
1. The Executive Council will determine which trees or cacti may not be removed because they have;
a. Nature and environmental values; b. Landscape values;
c. Cultural and historical values;
d. Value of urban-rural beauty;
e. Intrinsic value of timber vegetation.

2. The trees and cacti referenced in paragraph 1 are incorporated on a list established by the Executive Council, which is available for public inspection at a location designated by the Executive Council.

Article 18
1. It is forbidden, without a permit from the Executive Council, to remove, to collect, to cut, to uproot, to damage or to destroy, mangroves, wayaká, and turk’s cap cacti. The prohibition set forth in this paragraph does not apply when the land is being cleared in connection with building a structure for which a building-permit has been granted in accordance with the Building and Housing ordinance (A.B. 1961, nr, 17) or with any substituted regulation.
2. Mangroves, wayaká and turk’s cap cacti as those terms are referenced in paragraph 1 include:
a. white mangrove (Avicennia germinans, mangel blanku)
b. grey mangrove (Conocarpus erectus, mangel, mangel blanku)
c. mangrove (Laguncularia racemosa, mangel blanku)
d. red mangrove (Rhizophora mangle, mangel tan)
e. wayaká (Guaiacum officinale, wayaká) and (Guaiacum sanctum, wayaká shimaron)
f. turk’s cap cactus (Melocactus macracanthus, bushi, kabes di indjan, melon di seru)

Section IV
REMAINING RULES CONCERNING NATURE PROTECTION

Article 19
1. The following animal and plant species are considered harmful to Bonaire Island Territory’s nature and its intrinsic value:
a. Cryptostegia grandiflora (rubber vine, rubberliaan, palu di lechi)
b. Pterois spp. (lion-fish, koraalduivel)
c. Boa constrictor (boa constrictor, afgodslang)

2. The Executive Council can order either the rightful or principal user of land or water to remove or take appropriate measures to prevent an increase of plants or animals belonging to the list set forth in paragraph 1.

3. Initially, the removal must take place mechanically. Removal with chemical agents may only take place with a permit from the Executive Council.

Article 20
1. The following plant specie is likely to be harmful to Bonaire Island Territory’s nature and its intrinsic value: Azadirachta indica (Neem tree, Neem boom, Palu di Neem)

2. The Executive Council can order either party entitled to a parcel of land, as well as the principal user of such land, to take appropriate measures to prevent reproduction or propagation of (animals or) plants that are found on his land and that belong to one of the harmful species as listed in paragraph 1.

Article 21
1. Activities (which may be harmful to nature) as referenced in Article 16, paragraph 1 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire, are as follows:
a. Construction, modification or expansion of airport sites;
b. Modification to, extension of, or widening of a runway;
c. Construction, modification or expansion of a seaport;
d. Construction, modification or expansion of a pier that is for the loading and unloading of oceangoing ships greater than 500 gross tons (GT), when such pier is connected to land or located out of a seaport;
e. Construction, modification or expansion of an artificial beach;
f. Construction, modification or expansion of a marina;
g. Construction, modification or expansion of an outlet channel to sea;
h. The construction, modification or expansion of a plant to desalinize seawater or to extract heat or cold from seawater where the activity involves an amount of water 70 cubic meters per day;
i. Commencement of, modification to, or expansion of surface mining as well as any activities which involve raising of or other changes to the sea bottom when such activities involve an area that is 0.25 hectares or more;
j. Construction, modification or expansion of an aqua culture installation;
k. Activities affecting groundwater including infiltration, withdrawal, artificially replenishing or modification or expansion of these activities when they involve 100m3 or more per day;
l. Extraction of petroleum, natural gas or other minerals;
m. Construction, modification or expansion of a facility which stores petroleum, natural gas, petrochemical or chemical products that have a volume of 2.000 tons
or more per year;
n. Establishment, modification or expansion of an oil refinery facility intended; o. Establishment, modification or expansion of a chemical plant and any infrastructure that is a part of it;
p. Construction, modification or expansion of a pipeline with a circumference of more than 20 centimeters which transports gas, oil or chemicals a distance greater than 500 meters;
q. Establishment, modification or expansion of a facility that has the capability to produce 5 megawatts or more of electricity, steam or heat;
r. Establishment, modification or expansion of one or more wind turbines intended to generate 10 or more megawatts of electricity and/or the construction of wind turbine parks having ten and more wind turbines;
s. The erection, modification or expansion of a high voltage line over ground level that carries a voltage of 30 kilovolt or more and is strung over a length of 3 kilometers or more;
t. Construction, modification or expansion of a facility with a capacity to burn, process, or dump 2.000 tons or more of waste products per year;
u. Establishment, modification or expansion of a waste water purification facility with a capacity to serve 1000 or more people per year;
v. Removal, modification or expansion of earth having a surface area of 1 hectare or more; w. Commencementof,modificationto,orexpansionofsurfaceminingonamining site of 5 hectares or more or on several mining sites which are geographically close to one another which have a combined surface area of 5 hectares or more;
x.Construction, modification or expansion of a golf course and/other recreational or tourist facilities that have a surface area of 8 hectares or more;
y. Construction, modification or expansion of building sites and accommodations of 10 rooms or more in buffer zones, nature parks or in areas subject to the Island Ordinance Spatial Planning Bonaire or a substituting Ordinance, which either have the objective of landscape and nature conservation or ecological and environmental hygiene.

2. A permit application, as referenced in Article 16, paragraph 1, of the Island Ordinance Nature Management Bonaire, shall include an environmental impact assessment which complies with the requirements set forth in Appendix ll of this Resolution.

3. An environmental impact assessment is not required when:
a. the proposed activity relates to a repetition or a continuation of the activity for which an environmental impact assessment has been prepared previously and it is unlikely that a new environmental impact assessment would contain new data about possible harmful consequences to the environment or;
b. the proposed activity must be undertaken immediately when an incident has caused or threatens to cause a serious disruption of public order, has injured or threatens to injure the lives and the wellbeing of many people or has damaged or threatens to damage the environment or other large commercial interests;
c. the preparations for the proposed activity have, at the time that this provision takes effect, progressed to a point where, in the opinion of the Executive Council, it would be unreasonable to demand that an assessment be made.

4. If an application for a permit is granted pursuant Article 16 paragraph 1 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire, the Executive Council will include a provision in the permit setting forth a date in the future when the activity which has been approved will be re-evaluated.

5. When the date referenced in paragraph 4 is reached, the Executive Council, in cooperation with the permit holder, will evaluate whether the activity has had any adverse effects on the environment.

6. If necessary, the Executive Council will impose, after input of the Island Commission, additional restrictions on the activity to reduce the harmful effects on the environment that the re-evaluation may have found.

Article 22
Article 19, paragraphs 3 through 5 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire, do not apply to the following categories of either application for permit or application for permit exemption applications:
a. Applications for a permit to enter designated breeding areas and reserves pursuant to Article 8, section n, relating to the entering of breeding sites or special reserves that have been designated as such;
b. Applications for a permit to use chemical agents to remove harmful plants pursuant to Article 19, paragraph 3 and;
c. Applications for a permit or for a permit exemption in connection with beneficial scientific research.

Section V MANAGEMENT OF PROTECTED AREAS

Article 23
The Foundation of National Parks, Bonaire, (STINAPA Bonaire), established on Bonaire, is appointed as manager of the protected areas of Bonaire.

Article 24
The protected areas will be managed in accordance with an agreement between the Executive Council and the manager as referenced in Article 23.

Section VI FINAL ARTICLES

Article 25
The Island Resolution Containing General Measures of March 31 2005 (A.B. 2005, nr. 10) is repealed.

Article 26
This Island Resolution Containing General Measures, can be referred to as: Island Resolution Nature Management Bonaire.

Article 27
This Island Resolution Containing General Measures takes effect on September 1, 2010, with the exception of Articles 14 and 15, which will take effect on January 1, 2011.
Thus decided in the meeting of August 25, 2010
The Executive Council of the Bonaire Island Territory,
the Governor, mr.re. G.A.E. Thodé

the Secretary, mr.N.M. Gonzales

This Island Resolution Containing General Measures, is declared by me on ….
the Governor, mr.dr. G.A.E. Thodé

Appendix I as referenced in Article 11, paragraph 1 of the Island Resolution Nature Management Bonaire
Island protected animal and plants species
By virtue of Article 11, paragraph 2 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire
(Protected animal and plant species by virtue of the treaties (article 11, paragraph 1 Island Ordinance Nature Management) are not mentioned.)
!!!!!! INSERT TABLE

Legend
● = Protected animal and plant species in accordance with Article 11, paragraph 2 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire.
■ = Protected animal and plant species for which management measures have been
established in accordance with Article 11, paragraph 2 of the Island Ordinance Nature
Management Bonaire.
o = Protected animals and plants species in accordance with Appendix 2 of the CITES Convention (Convention on International Trade n Endangered Species of Wild Fauna and Flora). Specimens of the species on this list require an export permit to be exported.
Explanation to Appendix I
Island protected animal and plant species
Mandatory protection by treaties
The protection of animals and plants is set forth in Section III of the Island Ordinance Nature Management Bonaire. In accordance with Article 11, paragraph 1, all animal and plant species are protected in accordance with:
• appendix 1 of the CITES-Convention;
• appendix 1 of the Bonn-Convention;
• appendices 1 and 2 of the SPAW-Protocol and
• appendix 1 of the Sea Turtle Convention.
Those species that the treaties are required to protect are not included in Appendix 1.
Protected by the Island Territory Bonaire
In accordance with Article 11, paragraph 2 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire, other animal and plant species that are indigenous fauna and flora of Bonaire can be designated as protected species and included as such in Island Resolutions, containing general measures.
The above-mentioned list has been kept short because laws protecting animal and plant species not only require environmental criteria but also community support and enforcement measures.
The creation of the list involved consideration of various criteria. The species on the list met one or more of the following criteria:
Mention on the Red List of endangered species of the World Conservation Union, IUCN, category CR (critically endangered), category EN (endangered) or category VU (vulnerable). This refers to a variety of marine fish species.
Indigenous as well as rare, threatened or other considerations. For example, the Sabal Palm (kabana), the Parakeet (prikichi), and the Pearly Eyed Trasher (chuchubi Spaño).
Locally threatened or rare. For example, sharks, bats, ferns, orchids, and various tree species.
Ecological importance (key species). For example corals, sharks, parrotfish, bats, mangroves, and sea grass.
Under pressure of severe exploitation. A good example is karko (Queen conch)
Tourist value (flagship species). For Bonaire this would include the flamingos as well as sharks.
(Potential) collectors’ items. Examples include conch (shells), orchids, and turks cap cactus (bushi).
For enforcement purposes, entire groups of species are protected because only experts can distinguish species within a group. Examples are corals, sharks, and bats.

Appendix II as referenced in Article 21, paragraph 2 of the Island Resolution Nature Management Bonaire
Content and Procedure of an environmental impact assessment:

1. An environmental impact assessment as referenced in Article 16, paragraph 2 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire must contain, at the minimum, the following:
a description of the proposed activity and how it will be executed;
b. a description of any reasonable alternatives to the proposed activity if it became necessary to replace it;
c. a proposed resolution for the Executive Council to consider regarding the activity and a history of any previous Resolutions issued by the Executive Council which relate to similar activities;
d. a description of the consequences to the environment if the proposed activity were undertaken, or if an alternative activity were undertaken, or if no activity were undertaken;
e. a description of the possible consequences to the environment that the proposed activity or alternative activity might have as well as an explanation of the method to be used to determine such possible consequences;
f. a comparison of the anticipated actual consequences to the environment as required in part d with the possible effects on the environment as required in part e;
g. a summary of the possible shortcomings in the analyses, required pursuant to parts d and e, due to the lack of necessary data and;
h. a summary of the environmental impact assessment that is clear enough for the general public to understand and evaluate.

2. An environment impact assessment, as required by Article 16, paragraph 2 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire, must be prepared and processed in accordance with the following procedures:
a. the applicant first prepares and then submits an initial memorandum about the proposed activity to the Executive Council;
b. upon receipt, the Executive Council sends the initial memorandum to a commission that has temporarily been established to provide advice on the activity. The members of the commission are selected for their specific expertise;
c.no later than 60 days following its receipt of the initial memorandum, the commission, having provided interested parties the opportunity to come forward with their opinions, proposes desired guidelines for Executive Council to consider when ordering the environmental impact assessment;
d. no later than 90 days following its receipt of the initial memorandum, the Executive Council will review the advice that the commission provided pursuant to section c, and determine the guidelines for the environmental impact assessment and inform the applicant of these requirements;
e.upon notice from the Executive Council, applicant will follow these guidelines and any remaining demand that the Executive Council has issued for the environmental impact assessment. When the applicant completes the assessment he will resubmit the permit application for the proposed activity. This resubmitted application will include the required assessment and will be sent to the Executive Council;
f. no later than 60 days from the receipt of the resubmitted permit application, which includes the environmental impact assessment, the Executive Council will decide if the assessment complies with its previously issued guidelines and any other demands it may have imposed and will decide whether the permit application may be considered;
g. the procedures as set forth in Article 19 of the Island Ordinance Nature Management Bonaire will be followed when processing the permit application. The temporary commission, referenced in section b, will provide advice on the quality and completeness of the environmental impact assessment.

Appendix III as referenced in Article 3 of the Island Resolution Nature Management Bonaire and;.
Appendix I as referenced in the Articles 2, paragraph 1, Article 19, paragraph 1, Article 22, paragraphs 1 and 2, Articles 33 and 36 of the Island Resolution Marine Park Bonaire.

Usage Fees:
Island Resolution Nature Management Bonaire and Island Resolution Marine Park Bonaire
The following fees will be charged for using the Marine Park:
a) to enter and to use a protected area: $10.00 (Naf. 17,50) per year;
b) divers: $25.00 (Naf. 43,75) per person per year or $10.00 (Naf. 17,50) per person per day;
c) commercial use as referenced in Article 19, paragraph 1 of the Island Resolution Marine Park Bonaire: $840.00 (Naf 1.500,00) per establishment per year; d) use of a mooring buoy, ladder, riprap, seawall, (private or commercial) pier, overhanging structure or any other construction: $280.00 (Naf. 500,00) per year; e) use of a mooring buoy as referenced in Article 22, paragraph 2 of the Island Resolution Marine Park Bonaire: $10.00 (Naf. 17,50) per buoy per night;
f) use of a ladder $140.00 (Naf.250,00) per year;
g) use of an industrial pier or jetty $560.00 (Naf. 1.000,00) per year
h) use of an artificial beach $140.00 (Naf. 250,00) per stretching meter per year to a maximum of $16,760.00 (Naf. 30.000,00) per year;
i) use of an artificial beach as referenced in Article 35 of the Island Resolution Marine Park Bonaire: $280.00 (naf. 500,00) per year.

Toelichting Eilandsverordening Natuurbeheer Bonaire

wapen_van_bonaire_1_11648
Bonaire Law

Download document

EILANDSRAAD VAN HET EILANDGEBIED BONAIRE
Eilandsverordening inzake de bescherming en beheer van de natuur en de daarin voorkomende dier- en plantensoorten, tot wijziging van de Verordening marien milieu (A.B. 1991, no. 8), tot intrekking van de Natuurbeschermings- en monumentenverordening 1967 (A.B. 1967, no. 7) en tot intrekking van de Verordening schadelijke planten (A.B. 1991, no. 25) (Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire)

2008, MEMORIE VAN TOELICHTING, No. 3

DE EILANDSRAAD VAN HET EILANDGEBIED BONAIRE;

1. Algemene toelichting

Door middel van de Landsverordening grondslagen natuurbeheer en -bescherming (P.B. 1998, no. 49) wordt op landsniveau voorzien in integrale wetgeving op het gebied van het beheer van de natuur en de bescherming van de fauna en flora. Tevens worden een aantal verdragen, waarbij de Nederlandse Antillen partij wensen te zijn of reeds zijn, geïmplementeerd in de landsverordening. Dit betreffen de in artikel 1, eerste lid van de landsverordening en artikel 1, eerste lid van dit ontwerp vermelde verdragen.

De landsverordening reikt een algemeen kader aan voor het beheer en de bescherming van de natuur. De verdere ontwikkeling van het natuurbeleid alsmede de concrete juridische vormgeving en de uitvoering ervan in de praktijk zijn primair een eilandelijke aangelegenheid. In de eerder genoemde landsverordening wordt de eilandsbesturen gevraagd om ter uitvoering van de bovengenoemde verdragen natuurparken in te stellen en om zorg te dragen voor de bescherming en het beheer van de soorten die in de bijlagen van die verdragen vermeld zijn. De beleidsvoornemens terzake heeft het eilandgebied Bonaire vastgelegd in het Natuurbeleidsplan Bonaire 1999 – 2004.

De onderhavige ontwerp-eilandsverordening strekt ertoe om voor het eilandgebied Bonaire de hiertoe benodigde regelgeving vast te stellen. De eilandsverordening heeft echter een grotere reikwijdte dan louter datgene waartoe de verdragen verplichten en waartoe de landsverordening opdracht geeft. Deze eilandsverordening biedt in het algemeen de mogelijkheid om natuurparken in te stellen en beperkt zich niet tot de gebieden die op grond van bijvoorbeeld het Verdrag van Ramsar, het SPAW-Protocol of het Zeeschildpaddenverdrag speciale bescherming behoeven. Voorts gelden de op grond van deze eilandsverordening gegeven verbodsbepalingen niet slechts voor soorten die bescherming genieten krachtens de Bonn-Conventie, het SPAW-Protocol of het Zeeschildpaddenverdrag, maar ook voor de soorten die daartoe bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden aangewezen. Daarmee is sprake van een integraal wettelijk kader voor de bescherming van gebieden en van dier- en plantensoorten op het eilandgebied Bonaire.

Hoofdstuk 5 van de landsverordening bevat een regeling voor het toezicht en de opsporing die ook van toepassing is voor de naleving van door de eilandgebieden ter uitvoering van de landsverordening gestelde voorschriften. Het bestuurscollege dient daartoe de ambtenaren of personen aan te wijzen die met het toezicht en de opsporing in het kader van de op grond van deze eilandsverordening gestelde voorschriften zullen worden belast.

Hoofdstuk 6 van de landsverordening regelt de bevoegdheid tot het toepassen van bestuursdwang respectievelijk tot het opleggen van een last onder dwangsom. Deze bevoegdheid komt zowel toe aan de Minister van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling als aan het bestuurscollege, voor zover het betreft overtreding van eilandelijke voorschriften ter uitvoering van de landsverordening. Tevens bevat hoofdstuk 6 van de landsverordening de strafmaat voor het handelen in strijd met verboden die op grond van eilandelijke regelgeving worden gegeven. Dit betekent dat handelen in strijd met de bij of krachtens de onderhavige eilandsverordening gegeven verboden kan worden gestraft met hetzij gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, hetzij een geldboete van ten hoogste NAF. 1.000.000,–, hetzij met beide straffen. Op deze wijze kunnen veel zwaardere sancties worden opgelegd dan welke op grond van een eilandverordening mogelijk zijn. Voor wat betreft een drietal uitzonderingen wordt verwezen naar de toelichting op artikel 26.

Het ontwerp bevat tevens een overgangsbepaling voor het geval het gebied dat tot nu toe op basis van de Verordening marien milieu (A.B. 1991, no. 8) het onderwaterpark vormt, als natuurpark wordt aangewezen ter uitvoering van deze verordening. De Verordening marien milieu wordt op dat moment ingetrokken. Om te voorkomen dat na in werking treding van de onderhavige verordening twee commissies bestaan die grotendeels dezelfde taken hebben, is in artikel 24 een bepaling tot wijziging van de Verordening marien milieu opgenomen. Eveneens worden ingetrokken de Natuurbeschermings- en monumentenverordening 1967 (A.B. 1967, no. 7) en de Verordening schadelijke planten (A.B. 1991, no. 25).

De beroepsgang wordt geregeld in de Landsverordening administratieve rechtspraak (P.B. 2001, no. 79). Voor wat betreft een tweetal uitzonderingen wordt verwezen naar de toelichting op artikel 21.

2. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1
Het begrip “belanghebbende” is hier beperkt tot degene die rechtstreeks wordt getroffen in zijn belang door een beschikking of een te nemen beschikking. Met het oog op endemische (onder)soorten is het begrip “inheemse flora en fauna” beperkt tot het grondgebied en de wateren rondom Bonaire. De definities van de verschillende verdragen zijn identiek aan die in de Landsverordening grondslagen natuurbeheer en -bescherming. De begripsbepalingen van “bestuurscollege”, “eilandsraad” en “inheemse flora en fauna” zijn eveneens ontleend aan de eerder genoemde landsverordening. De definitie van gebruik van een natuurpark geeft aan dat daaronder mede zijn begrepen het enkele zich bevinden in of op het park en het gebruik van de in het park voorkomende voorzieningen, zoals meerboeien.

Het tweede lid bevat de aanwijzing van de plaats waar men desgewenst de geldende teksten van de verdragen en de protocollen en met name ook de bijlagen daarbij kan inzien.

Artikel 2
Dit artikel geeft duidelijkheid aan de grenzen van het gebied waar de verordening van toepassing is. Dit geldt vooral in geval van de bescherming van mariene organismen en van de instelling van mariene parken. Zo is het mogelijk het Bonaire National Marine Park uit te breiden tot de territoriale grens op 24 mijlen uit de kust.

Artikel 3
In dit artikel wordt de Commissie natuurbeheer Bonaire ingesteld. Deze commissie dient het bestuurscollege hetzij op verzoek hetzij op eigen initiatief van advies te dienen inzake de uitvoering van deze eilandsverordening en het natuurbeheer in het algemeen. In enkele artikelen van de eilandsverordening wordt het bestuurscollege verplicht deze commissie te horen. Een van de leden van de eilandelijke commissie wordt tevens benoemd in de landelijke Commissie natuurbeheer en –bescherming. De Commissie natuurbeheer Bonaire neemt de taken over van de Commissie marien milieu.

Artikel 4
Dit artikel geeft nadere regels voor de instelling van een natuurpark door de eilandsraad. Artikel 10, eerste lid, van de landsverordening bevat de opdracht hiervoor. De artikelen 11, 12 en 13 van de landsverordening dragen de eilandsraad op beheersmaatregelen te treffen ter bescherming van de soorten die bescherming genieten krachtens het Zeeschildpaddenverdrag, de Bonn-conventie en het SPAW-Protocol. Deze verdragen verplichten tot bescherming van de habitats van de krachtens de verdragen beschermde soorten. Uitgangspunt moet de instandhouding van het gebied zijn, dan wel de effectiviteit van de beheersmaatregelen. Het begrip natuurpark wordt hier gehanteerd overeenkomstig de indeling van de World Conservation Union (IUCN). In het Natuurbeleidsplan Bonaire 1999-2004 wordt onderscheid gemaakt tussen strikte natuurreservaten, nationale parken, natuurmonumenten, eilandelijke natuurgebieden en beschermde landschappen.

Het tweede lid bepaalt dat binnen een natuurpark zones kunnen worden ingesteld. Zonering maakt het mogelijk om ruimte te bieden aan de verschillende activiteiten die in een natuurpark worden uitgeoefend op een wijze die zo min mogelijk schade doet aan de natuurwaarden van een park.

Bufferzones, die kunnen worden ingesteld op grond van het derde lid, kunnen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat activiteiten worden uitgeoefend buiten de grenzen van het natuurpark die schadelijke gevolgen hebben voor het natuurpark.

Het bestuurscollege is ingevolge het vierde lid verplicht de eilandelijke commissie te horen over het ontwerp voor de instelling van een natuurpark of bufferzone.

Artikelen 5 tot en met 7
In deze artikelen wordt de procedure voor de instelling van een natuurpark en bufferzone beschreven. Gelet op het belang van de instelling voor het eilandgebied en zijn bewoners en gelet op de mogelijke beperkingen aan het gebruik die uit de instelling van een natuurpark kunnen voortvloeien, is voorzien in een procedure waarbij eerst een ieder zijn mening kenbaar kan maken over een ontwerp voor de instelling van een natuurpark. Dit geschiedt mede aan de hand van een openbare hoorzitting. In het derde lid van artikel 6 is dan ook bepaald dat een ieder bedenkingen kan indienen bij de eilandsraad bij het ontwerp voor de instelling van het park of bufferzone. Deze artikelen blijven overigens buiten toepassing indien het gebied dat op grond van de Verordening marien milieu (A.B. 1991, no. 8) het onderwaterpark vormt, wordt aangewezen als natuurpark.

Artikel 8
Dit artikel vormt het juridische kader voor het beheer van een natuurpark. Gelet op de bestuurlijke verantwoordelijkheid berust het beheer in beginsel bij het bestuurscollege. Het bestuurscollege kan echter een derde met dit beheer belasten.

Het tweede lid verplicht tot het opstellen van een beheersplan. Een beheersplan geeft een meer uitgebreide beschrijving van de wijze waarop het natuurpark beheerd zal worden. Hieronder worden tevens begrepen activiteiten als onderzoek, handhaving, educatie en voorlichting. Voor zover van toepassing zal het beheersplan worden vastgesteld in overleg met eigenaren en anderen die rechten kunnen doen gelden op het natuurpark of delen daarvan.

Op grond van het derde lid dienen voor een natuurpark beheersmaatregelen te worden vastgesteld. Deze beheersmaatregelen dienen in elk geval bepalingen te bevatten ter bescherming van de habitats van soorten die bescherming genieten krachtens het Zeeschildpaddenverdrag, de Bonn-conventie en het SPAW-Protocol. Deze verplichting vloeit voort uit de artikelen 11, 12 en 13 van de landsverordening. Voorts dienen de beheersmaatregelen specifieke voorschriften te bevatten over de toegang tot het park, het overige gebruik van het park en het verrichten van handelingen binnen het natuurpark. De beheersmaatregelen kunnen evenwel ook betrekking hebben op de veiligheid en handhaving. Handelen in strijd met beheersmaatregelen die vastgesteld zijn op grond van artikel 8, derde lid, is ingevolge artikel 10 zonder vergunning verboden.

Het vierde lid biedt de mogelijkheid tot het vaststellen van beheersmaatregelen voor bufferzones, die zijn ingesteld op grond van het derde lid van artikel 4, voorzover dit noodzakelijk is ter voorkoming van schade aan of ontsiering van het natuurpark. Handelen in strijd met de beheersmaatregelen voor bufferzones is eveneens ingevolge artikel 10 zonder vergunning verboden.

Artikel 9
Artikel 9 biedt de mogelijkheid om heffingen op te leggen aan gebruikers van de parken of aan bedrijven en personen die bij dit gebruik betrokken zijn. De opbrengsten van de heffingen worden ter beschikking gesteld aan de beheerder van het natuurpark en zijn bestemd om de kosten van het beheer van een natuurpark te dekken. Onder kosten van beheer worden tevens verstaan kosten voor onderzoek, handhaving, educatie en voorlichting. Opgemerkt dient te worden dat het tweede lid dusdanig is geformuleerd dat het mogelijk is dat een beheerder die meerdere natuurparken in beheer heeft, de geïnde heffingen in het ene natuurpark aanwendt voor het beheer van een ander natuurpark.

Het bestuurscollege kan besluiten de heffingen te laten innen door de beheerder of door een derde namens de beheerder. Over het beheer van het natuurpark en besteding van de geldingen dient de beheerder ingevolge het vierde lid jaarlijks verantwoording af te leggen.

Artikel 10
Het eerste lid van dit artikel bevat algemene verbodsbepalingen met betrekking tot het natuurpark.

Het eerste lid, onderdeel a, verbiedt het om zonder vergunning handelingen te verrichten, te doen verrichten of te gedogen, die schadelijk kunnen zijn voor de natuur of de natuurwaarden van een natuurpark of die een natuurpark ontsieren. Het tweede lid bepaalt welke handelingen in elk geval als schadelijke handelingen beschouwd kunnen worden. Dit betreft handelingen die de wezenlijke kenmerken van het natuurpark kunnen aantasten en handelingen die strijdig zijn met de beheersmaatregelen of het beheersplan voor het natuurpark.

Opgemerkt dient te worden dat het eerste lid, onderdeel a, dusdanig is geformuleerd dat ook handelingen die verricht worden buiten het natuurpark vergunningplichtig kunnen zijn.

Het eerste lid, onderdeel b, verbiedt het om zonder vergunning handelingen te verrichten, te doen verrichten of te gedogen, die strijdig zijn met de regels, bedoeld in het vierde lid. Op grond van het vierde lid kunnen regels worden gesteld voor handelingen in het natuurpark die niet schadelijk zijn voor de natuur, maar die wel gewenst zijn uit het oogpunt van een effectieve handhaving van de eilandsverordening of met het oog op verwezenlijking van de doelstellingen van de eilandsverordening. Indien een natuurpark water bevat, dan kan het ter bescherming van de natuurwaarden bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om het vissen met bepaalde middelen te verbieden. Gelet op een effectieve handhaving kan het echter gewenst zijn om niet alleen het vissen met dergelijke middelen te verbieden, maar ook het bezit van de middelen in het natuurpark. Het vierde lid van artikel 10 kan voor dergelijke regels een basis bieden.

Het derde lid bepaalt dat geen vergunning nodig is voor handelingen die voorzien zijn in een beheersplan als bedoeld in artikel 8, tweede lid.

Het vijfde lid geeft de eilandsraad de bevoegdheid om bij eilandsverordening handelingen als bedoeld in het eerste lid aan te wijzen en te bepalen dat het bestuurscollege deze handelingen niet kan toestaan door middel van verlening van een vergunning. Dit vormt derhalve een basis om handelingen te verbieden, waarvoor geen vergunning verleend kan worden.

Artikel 11
Op grond van het eerste lid wordt een aantal dier- en plantensoorten aangewezen als beschermde soort. Het betreft soorten die vermeld zijn op bepaalde bijlagen van het CITES- Verdrag, de Bonn-Conventie, het SPAW-Protocol en het Zeeschildpaddenverdrag. Door deze soorten aan te merken als beschermde soort worden voor deze soorten de verbodsbepalingen, bedoeld in de artikelen 12 en 13, van toepassing. Voor wat betreft de soorten die vermeld zijn in bijlage I van de Bonn-Conventie en in bijlage 1 van het Zeeschildpaddenverdrag wordt hiermee uitvoering gegeven aan verplichtingen uit de Bonn-Conventie en het Zeeschildpaddenverdrag. Beide verdragen schrijven voor dat maatregelen moeten worden getroffen om de voornoemde soorten te beschermen.

Het tweede lid voorziet in de mogelijkheid om in aanvulling op het eerste lid andere dier- en plantensoorten die behoren tot de inheemse flora en fauna aan te wijzen als beschermde dier- en plantensoorten.

Het derde lid biedt de grondslag voor het vaststellen van beheersmaatregelen voor alle op het eiland voorkomende dier- en plantensoorten die op grond van het eerste of tweede lid als beschermd zijn aangewezen.

Het bestuurscollege is ingevolge het vierde lid verplicht het advies te vragen van de eilandelijke commissie alvorens een eilandsbesluit als bedoeld in het tweede of derde lid vast te stellen.

Artikelen 12 tot en met 14
De artikelen 12 en 13 bevatten de verbodsbepalingen met betrekking tot de specimens die behoren tot de op grond van artikel 11 aangewezen beschermde dier- en plantensoorten. De verboden zijn ontleend aan de relevante verdragen en protocollen en voorzien in combinatie met de in de landsverordening opgenomen handelsverboden in een sluitend verbodsstelsel. Het gebruik van de term “specimens” impliceert dat de verbodsbepalingen van toepassing zijn op levende en dode dieren en planten alsmede op alle delen van die dieren en planten. In het vierde lid van artikel 13 is een afzonderlijke voorziening getroffen voor de eieren van dieren die tot een beschermde soort behoren.

Een belangrijke bedreiging van inheemse soorten van vooral eilanden is het uitzetten van vreemde soorten. Artikel 14 verbiedt het uitzetten in de natuur van specimens van niet inheemse soorten of genetisch gewijzigde soorten.

Artikel 15
Het eerste lid creëert de mogelijkheid voor het bestuurscollege om ontheffing te verlenen van de artikelen 12 tot en met 14. De eilandelijke commissie adviseert over beslissingen omtrent verlening van een ontheffing.

Het tweede lid beschrijft het toetsingskader voor verlening van een ontheffing van de artikelen 12 en 13. Er kan slechts een ontheffing van deze verbodsbepalingen worden verleend, indien geen bedreiging bestaat voor het voortbestaan van de beschermde soort. Voorts geldt dat er een noodzaak aanwezig moet zijn om de ontheffing te verlenen. De onderdelen a tot en met e geven limitatief aan met het oog op welke belangen ontheffing verleend kan worden.

Het derde lid bevat het toetsingskader voor verlening van een ontheffing van het verbod in artikel 14. Artikel 14 beoogt faunavervalsing te voorkomen. Derhalve kan slechts ontheffing verleend worden als het uitzetten van dieren als bedoeld in artikel 14 geen bedreiging vormt voor de inheemse flora en fauna.

Artikel 16
Het is gewenst een milieu-effect rapportage voor te schrijven voor bepaalde activiteiten, die wegens hun mogelijke ernstige schadelijke gevolgen voor natuur of landschap van het eilandgebied, ook buiten de natuurparken en bufferzones, niet zonder vergunning van het bestuurscollege mogen worden ondernomen. Het eerste lid verplicht het bestuurscollege deze activiteiten bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, aan te wijzen.

Het tweede lid verschaft de basis voor nadere voorschriften bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, omtrent de inhoud van het milieu-effectrapport en de procedure die bij de totstandkoming daarvan dient te worden gevolgd.

Het derde lid schrijft voor dat over het in dit artikel bedoelde eilandsbesluit het advies van de eilandelijke commissie wordt ingewonnen.

Artikel 17
De onderhavige eilandsverordening bevat een algemeen kader voor het beheer en de bescherming van de natuur op Bonaire. Het is niet alleen gewenst om regels te stellen over de bescherming van dier- en plantensoorten, maar ook om nadere maatregelen te kunnen treffen ten aanzien van het vangen van en jagen op onbeschermde dieren en het kappen, verwijderen, vernielen, snoeien en rooien van onbeschermde planten. Uit het oogpunt van bescherming van de natuur kunnen dergelijke maatregelen nodig zijn. Het eerste en tweede lid van artikel 17 verschaffen hiertoe een basis. Ingevolge het derde lid kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bestrijding van dieren en planten die schadelijk kunnen zijn voor de van oudsher in het eilandgebied voorkomende dier- en plantensoorten of andere natuurwaarden. Met het oog hierop wordt de bestaande Verordening schadelijke planten (A.B. 1991, no. 25) bij artikel 26 ingetrokken.

Over de in artikel 17 bedoelde eilandsbesluiten dient eveneens het advies van de eilandelijke commissie te worden ingewonnen.

Artikel 18
De gevolgen die aan de instelling van een natuurpark of bufferzone verbonden kunnen zijn, kunnen ingrijpend zijn. Niet uitgesloten is dat hierdoor voor een betrokkene, bijvoorbeeld een zakelijk gerechtigde, schade zal optreden. Analoog aan de vergoedingen die in het kader van de ruimtelijke ordening kunnen worden toegekend in geval van zogenaamde planschade, is in het onderhavige artikel een schadevergoedingsmogelijkheid opgenomen. In de praktijk is gebleken dat er behoefte bestaat om deze mogelijkheid van schadevergoeding te verbinden aan een verjaringstermijn.
Niet alle schade wordt vergoed; het zal moeten gaan om schade die redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van betrokkene behoort te komen.

Tevens is voorzien in de mogelijkheid tot het toekennen van een vergoeding voor het beheer, indien hieraan kosten of lasten zijn verbonden die redelijkerwijs niet of niet geheel voor rekening van de eigenaar of gebruiker behoren te komen.

Artikelen 19 en 20
Deze artikelen bevatten voorschriften met betrekking tot het verlenen en intrekken van vergunningen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, artikel 16, eerste lid en ontheffingen als bedoeld in artikel 15, eerste lid.

Een aanvrager is verplicht alle inlichtingen te verschaffen en bescheiden te overleggen die nodig zijn ter beoordeling van de aanvraag. Het bestuurscollege kan op grond van artikel 18, tweede lid, besluiten een aanvraag niet in behandeling te nemen, indien de verstrekte inlichtingen en bescheiden onvoldoende zijn voor beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag. Voordat het bestuurscollege hiertoe kan besluiten, dient de aanvrager wel in de gelegenheid zijn gesteld om zijn aanvraag binnen een door het bestuurscollege gestelde termijn aan te vullen. Dit dient een redelijke termijn te zijn.

Als bij de aanvraag voldoende inlichtingen zijn verschaft en bescheiden zijn overgelegd, wordt de aanvraag in beginsel ter inzage gelegd en bestaat de mogelijkheid voor belanghebbenden om bedenkingen in te dienen voordat een beslissing wordt genomen op de aanvraag. Op grond van artikel 19, zesde lid, kan hiervan echter worden afgeweken. Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen categorieën aanvragen worden aangewezen waarop het derde tot en met vijfde lid niet van toepassing is. Om te waarborgen dat derden kennis kunnen nemen van beslissingen op aanvragen, die niet ter inzage zijn gelegd, schrijft artikel 19, achtste lid, voor dat de beslissing op de aanvraag bekend wordt gemaakt in één of meer plaatselijke dagbladen en voorts op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze in de Nederlandse en Papiamentse taal.

Artikel 21
Omdat de Landsverordening administratieve rechtspraak (A.B. 2001, no. 79) reeds een regeling geeft voor wat betreft de mogelijkheden van bezwaar en beroep, is in de eilands- verordening afgezien van een algemene regeling. Echter voor twee gevallen wordt toch expliciet de mogelijkheid en wijze van beroep geregeld. Namelijk ingeval van de instelling van een natuurpark of bufferzone door de eilandsraad bij eilandsverordening, waarbij tevens wordt beslist op de tegen het ontwerp van de instelling ingediende bezwaarschriften. Als ook in het geval het bestuurscollege en betrokkenen geen overstemming kunnen bereiken over de hoogte van de schade- of onkostenvergoeding genoemd in artikel 18. De reden hiervan is gelegen in het bijzondere karakter van de besluiten en de wijze waarop deze tot stand komen.

Artikel 22
Dit artikel verplicht de houder van een vergunning of ontheffing deze op eerste vordering van een ambtenaar of persoon die belast is met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze eilandsverordening af te geven aan deze ambtenaar of persoon.

Artikel 23
Dit artikel bevat een overgangsregeling in verband met het verbod in artikel 13, derde lid, voor het onder zich hebben van onder toezicht van het bestuurscollege geringde lora’s.

Artikel 24
Bonaire beschikt reeds over een bij eilandsverordening ingesteld natuurpark, namelijk het op grond van de Verordening marien milieu (A.B. 1991, no. 8) beschermde onderwaterpark, waarvan sinds 2001 Klein Bonaire onderdeel uitmaakt. Om te voorkomen dat er tegenstrijdige of elkaar overlappende bepalingen zullen bestaan tussen de onderhavige verordening en de Verordening marien milieu, geeft het bestuurscollege er de voorkeur aan om de Verordening marien milieu op termijn in te trekken. Hetgeen nu geregeld wordt in de Verordening marien milieu (en de daarop gebaseerde eilandsbesluiten houdende algemene maatregelen), zal geregeld gaan worden bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen ter uitvoering van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire.

De Verordening marien milieu zal echter eerst worden ingetrokken op het moment dat ter uitvoering van de Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire het gebied dat op grond van de Verordening marien milieu is aangewezen als onderwaterpark, bij eilandsverordening opnieuw wordt aangewezen als natuurpark.

Bij het aanwijzen van het gebied dat thans het onderwaterpark vormt als natuurpark op grond van de onderhavige verordening, blijven de bepalingen betreffende de procedure buiten toepassing.

Artikel 25
Zowel de onderhavige verordening als de Verordening marien milieu kent een commissie die het bestuurscollege dient te adviseren. Om te voorkomen dat er twee commissies naast elkaar bestaan die grotendeels dezelfde werkzaamheden zouden uitvoeren, is in dit artikel een wijziging van de Verordening marien milieu opgenomen. Als gevolg van deze wijziging wordt de Commissie natuurbeheer Bonaire zoals bedoeld in deze verordening de commissie die het bestuurscollege zal adviseren over de uitvoering van de Verordening marien milieu.

Artikel 26
Reeds in 1967 heeft het eilandgebied Bonaire regelgeving opgesteld ter bescherming van gebieden en monumenten met bijzondere natuurlijke en culturele waarde. Hiertoe bestond destijds behoefte in verband met de bescherming van de flamingopopulatie en de bescherming van het gebied dat nu het Washington- Slagbaaipark vormt. Van deze verordening is nooit gebruik gemaakt onder andere omdat het land de Nederlands Antillen zich op het standpunt stelde dat dit een landsaangelegenheid betrof. Een wijziging van de Eilandenregeling Nederlandse Antillen (P.B. 1998, no. 48) was nodig om klaarheid in de bevoegdheidskwestie te scheppen. Hetgeen men destijds trachtte te regelen met de Natuurbeschermings- en monumentenverordening 1967 (A.B. 1967, no. 7) wordt nu in andere regelgeving geregeld, zoals de Landsverordening grondslagen natuurbeheer- en bescherming (P.B. 1998, no.49) en de Monumentenlandsverordening (P.B. 1985, no. 55). De Natuurbeschermings- en monumentenverordening 1967 is achterhaald en dient derhalve ingetrokken te worden.
De Verordening schadelijke planten (A.B. 1991, no. 25) is overbodig geworden, nu in artikel 17 van de onderhavige verordening is bepaald dat nadere regels kunnen worden gesteld ten aanzien van de bestrijding van planten en dieren die schadelijk kunnen zijn voor de natuur of de natuurwaarden van het eilandgebied. Derhalve wordt de Verordening schadelijke planten eveneens ingetrokken.

Artikel 27
Doel van dit artikel is de in deze eilandsverordening opgenomen verboden in verband met de strafrechtelijke handhaving nader aan te duiden. Met betrekking tot de strafrechtelijke handhaving van voorschriften die in onderhavige eilandsverordening opgenomen zijn ter uitvoering van de verplichtingen die voor de eilandgebieden voortvloeien uit de landsverordening, is de landsverordening bepalend. De handelingen, bedoeld in het eerste lid, zijn derhalve strafbaar op grond van artikel 33 van de landsverordening. Hetzelfde geldt voor de handelingen bedoeld in het tweede lid. De in het eerste en tweede lid bedoelde handelingen zijn misdrijven voorzover deze opzettelijk zijn begaan.
In het derde lid zijn handelingen in strijd met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10, vierde lid, 17 en 22 strafbaar gesteld. Deze artikelen bevatten geen voorschriften ter uitvoering van verplichtingen die voortvloeien uit de landsverordening, zodat de hier bedoelde handelingen apart strafbaar gesteld dienen te worden als overtreding.

Het bestuurscollege van het eilandgebied Bonaire

de gezaghebber,       de secretaris,

Zakboek Handhaving Natuurbeheer Bonaire (Law Booklet)

Zakboek-handhaving-natuurbeheer-bonaire-2

Wettelijke bescherming van de natuur van Bonaire is zeer belangrijk. Wanneer er goed voor de natuur gezorgd wordt, is dat ook goed voor het toerisme, de economie en het algemeen welzijn.

Dit zakboek handhaving Natuurbeheer Bonaire is ontworpen om de belangrijkste wettelijke regels toegankelijk en overzichtelijk te maken.

U kunt hier uw digitale kopie downloaden:

Zakboek-handhaving-natuurbeheer-bonaire-1
Zakboek handhaving natuurbeheer Bonaire